Strafprocesrecht
Verdrijvingsvlak gebruiken. Het weggedeelte waarop het voertuig stond moet gelet op de definitie daarvan als…
ECLI:NL:GHARL:2025:3602 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-3602
Zaakgegevens
Op 12 juni 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 12 juni 2025
- Datum publicatie
- 12 juni 2025
- Zaaknummer
- Wahv 200.349.957/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:3602
Samenvatting
Verdrijvingsvlak gebruiken. Het weggedeelte waarop het voertuig stond moet gelet op de definitie daarvan als verdrijvingsvlak worden aangemerkt. Voor de vaststelling van de gedraging is niet van belang met welk doel de wegbeheerder dat vlak heeft aangebracht.
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.349.957/01 |
|
CJIB-nummer |
: 254403318 |
|
Uitspraak d.d. |
: 12 juni 2025 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 5 november 2024, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 november 2022 om 16.42 uur op de Pelsterstraat in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat geen sprake is van een verdrijvingsvlak. Een verdrijvingsvlak is bedoeld om bestuurders naar een andere rijstrook te begeleiden, wat hier niet het geval is. De gemachtigde verwijst naar een arrest van het hof (ECLI:NL:GHARL:2023:1951), waarin is geoordeeld dat niet alleen naar de uiterlijke kenmerken van een puntstuk moet worden gekeken, maar ook naar de definitie en het doel ervan. De kantonrechter heeft onvoldoende naar de functionele en juridische betekenis van het gemarkeerde gedeelte van de weg gekeken. Bovendien is geen sprake van een parkeerverbodszone ter plaatse, waardoor parkeren op deze locatie geoorloofd is.
3. De aan de betrokkene verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 77, eerste lid, in samenhang met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In artikel 77, eerste lid, van het RVV 1990 is bepaald dat bestuurders verdrijvingsvlakken en puntstukken niet mogen gebruiken. In artikel 1 van het RVV 1990 is als definitie van verdrijvingsvlak opgenomen: "gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht".
4. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene stilstond op een gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht, zodat dit weggedeelte op grond van de hiervoor weergegeven definitie als verdrijvingsvlak moet worden aangemerkt. In het door de gemachtigde aangehaalde arrest (ECLI:NL:GHARL:2023:1951) ging het echter om een puntstuk. De definitie van een puntstuk luidt in artikel 1 van het RVV 1990: "meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen". Anders dan bij een puntstuk, heeft de wetgever in de definitiebepaling niet aangegeven in welke situaties een verdrijvingsvlak kan worden toegepast. Dit betekent dat voor de vaststelling van de gedraging "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken" niet van belang is met welk doel de wegbeheerder een verdrijvingsvlak heeft aangebracht. Nu vaststaat dat het voertuig van de betrokkene stilstond op een verdrijvingsvlak, heeft de kantonrechter terecht vastgesteld dat de gedraging is verricht.
5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.