Strafprocesrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Strafprocesrecht

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 juli 2025

Zaakgegevens

Op 18 juli 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
18 juli 2025
Datum publicatie
18 juli 2025
Zaaknummer
21-001297-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4464
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bevestiging vonnis rb.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001297-23

Uitspraak d.d.: 18 juli 2025

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 8 maart 2023 met parketnummer 16-127018-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-273446-21, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte door zijn raadsman, mr. F.M.R. Ilahibaks (waarnemend voor mr. R.J. Jager), naar voren is gebracht. De raadsman heeft het hof – kort gezegd- verzocht om bij de op te leggen straf rekening te houden met de ten positieve gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 8 maart 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit (kort gezegd een poging inbraak) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 31 januari 2022, parketnummer 05-273446-21, opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist. In wat ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht, ziet het hof geen aanleiding om te komen tot een andere beslissing. Het hof zal het vonnis daarom integraal, met overneming van de daarin genoemde gronden, bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Aldus gewezen door

mr. R. Godthelp, voorzitter,

mr. F. van der Maden en mr. F.E.J. Goffin, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. G.A.G. van Essen, griffier,

en op 18 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.