Strafprocesrecht

Nu in de beslissing van de kantonrechter wordt overwogen dat het sanctiebedrag met 25 procent zal worden…

Zaakgegevens

Op 7 augustus 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
7 augustus 2025
Datum publicatie
7 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.670/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4945
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Nu in de beslissing van de kantonrechter wordt overwogen dat het sanctiebedrag met 25 procent zal worden gematigd, moet het dictum van de beslissing waarin de inleidende beschikking wordt vernietigd, verbeterd worden gelezen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.350.670/01

CJIB-nummer

: 254441224

Uitspraak d.d.

: 7 augustus 2025

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 23 december 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 749,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de beslissing van de kantonrechter dermate onduidelijk is dat de betrokkene niet weet waar hij aan toe is. Indien het dictum van de beslissing van de kantonrechter juist is verzoekt de gemachtigde het hof primair het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de inleidende beschikking is vernietigd en er derhalve geen hoger beroep openstaat.

2. Het hof stelt vast dat de kantonrechter in zijn beslissing heeft overwogen dat hij het sanctiebedrag ad € 350,- zal matigen met 25 procent, omdat de redelijke termijn van berechting is geschonden. Het dictum van de beslissing van de kantonrechter waarin de kantonrechter de inleidende beschikking vernietigt, zal het hof daarom verbeterd lezen, te weten dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaart en de inleidende beschikking wijzigt, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 262,50. De primair aangevoerde grond slaagt derhalve niet. Het hoger beroep is ontvankelijk.

3. Hetgeen de gemachtigde subsidiair aanvoert, richt zich tegen de inleidende beschikking. Aan de betrokkene is bij die beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op
12 december 2022 om 13.05 uur op de Beneluxweg (N46) in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft, zoals hiervoor is vermeld, het sanctiebedrag gematigd tot € 262,50.

4. De gemachtigde voert in hoger beroep dezelfde grond aan ten aanzien van de inleidende beschikking als in de procedure bij de kantonrechter, namelijk dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu er geen sprake is van vasthouden, omdat de telefoon waarop Google Maps was geopend op de schoot van de betrokkene lag en de betrokkene dat ook aan de ambtenaren heeft laten zien. Nu niet is gesteld waarom deze grond door de kantonrechter niet juist is beoordeeld, kan niet van een grond tegen diens beslissing worden gesproken. Het hof gaat daarom hieraan voorbij (vgl. het arrest van het hof van 29 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2706).

5. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.