Strafprocesrecht
Bboor. Zijn natuurlijke behoefte elders doen dan in de daarvoor bestemde plaatsen. Dat eiser…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2848 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-2848
Zaakgegevens
Op 7 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 mei 2026
- Datum publicatie
- 7 mei 2026
- Zaaknummer
- 200.361.925/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:2848
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bboor. Zijn natuurlijke behoefte elders doen dan in de daarvoor bestemde plaatsen. Dat eiser prostaatproblemen had, maakt niet dat de overtreding hem niet kan worden verweten.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: GEMW 200.361.925/01 |
|
Uitspraak d.d. |
: 7 mei 2026 |
Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 7 oktober 2025, betreffende
[eiser] (hierna: eiser),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de eiser ongegrond verklaard. Dit beroep was ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (hierna: verweerder) naar aanleiding van de oplegging van een bestuurlijke boete aan eiser op grond van artikel 154b van de Gemeentewet (hierna: Gemw) met kenmerk 01012517413260638200.
Het verloop van de procedure
Eiser heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
Verweerder heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan eiser is een bestuurlijke boete opgelegd van € 150,- voor overtreding van artikel 2:61 van de Algemene plaatselijke verordening Breda 2018 (hierna: APV Breda). De overtreding zou zijn begaan op 1 januari 2025 om 17:41 uur op de Gasthuisvelden te Breda.
2. Artikel 2:61 van de APV Breda luidt als volgt:
“Het is verboden binnen de bebouwde kom op de weg of op een andere voor publiek toegankelijke plaats of van daar zichtbaar, zijn natuurlijke behoefte te doen elders dan in de daarvoor bestemde plaatsen.”
3. Eiser ontkent niet dat hij de overtreding heeft begaan, maar voert aan dat hij niet anders kon in verband met prostaatproblemen. De kantonrechter en verweerder zijn hieraan voorbij gegaan. Er was geen enkele empathie. Alles wat eiser aanvoerde werd afgedaan met dan had je maar dit of dat moeten doen. Eiser vraagt zich af of hij dan maar het hele jaar een luier moet dragen. Aangegeven werd dat eiser gebruik had kunnen maken van een app die aangeeft waar een openbaar toilet is. Eiser wist niet van die app en bovendien was er in de omtrek van 1 kilometer geen openbaar toilet. Ook werd aangegeven dat eiser naar de plaatselijke horeca had kunnen gaan, maar ter plaatse is geen horeca. Ook het beter plannen van de looproute is te makkelijk gezegd. Er is niet ingegaan op de argumenten van eiser dat hij alles eraan heeft gedaan om het op de meest geschikte plek te vinden om zijn behoefte te doen. Bovendien was het muisstil op straat op die dag.
4. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat eiser, hoe lastig de situatie ook voor hem was, juist onder de genoemde omstandigheden anders had kunnen en moeten handelen. Eiser heeft, terwijl hij bekend was met de door hem genoemde problemen met de prostaat waardoor hij relatief vaak een plotselinge aandrang had om te urineren, ervoor gekozen een lange wandeling (7 km) te maken. Van eiser mocht worden verwacht dat hij zijn wandeling die dag op zodanige wijze had vormgegeven dat het begaan van de overtreding kon worden voorkomen. Dat er weinig openbare toiletten zijn in Breda, er geen horeca in de buurt was en de locatie afgelegen was, doet hier niet aan af. De door eiser aangevoerde omstandigheden maken niet dat het begaan van de overtreding eiser niet kan worden verweten.
5. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.