Strafrecht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHARL:2013:10042 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2013-10042
Zaakgegevens
Op 29 november 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 29 november 2013
- Datum publicatie
- 9 januari 2014
- Zaaknummer
- 21-004544-12
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2013:10042
Samenvatting
6 WVW
Procesgang
Rechtbank Zutphen · 23 oktober 2012
ECLI:NL:RBZUT:2012:BY0855Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2013deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2013:10042
Meerdere afhandelingswijzen
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004544-12
Uitspraak d.d.: 29 november 2013
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zutphen van 23 oktober 2012 met parketnummer 06-880038-12 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 november 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, dr. mr. H.K. ter Brake, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Met betrekking tot het verweer van de verdediging
Naar het oordeel van het hof dient het verweer van de verdediging op andere gronden te worden verworpen. Het verweer van de verdediging komt er op neer dat verdachte een black-out heeft gehad waardoor het ten laste van verdachte bewezengeachte rijgedrag hem niet kan worden verweten en verdachte derhalve van het primair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. Beoordeling van dat verweer dient te geschieden aan de hand van de vraag of aannemelijk is geworden dat verdachte ten tijde van het ongeval in een de toestand van een black-out verkeerde. Het hof is van oordeel dat die vraag negatief dient te worden beantwoord, anders gezegd het hof acht niet aannemelijk dat verdachte is overvallen door een black-out. Daartoe heeft het hof om te beginnen in aanmerking genomen dat verdachte voor noch na het ongeval ooit is overvallen door een black-out. Voorts acht het hof het niet aannemelijk dat de naast verdachte op de passagiersstoel zittende echtgenote niets zou hebben gedaan indien sprake was van een dergelijke toestand bij verdachte, temeer daar verdachte en zijn echtgenote blijkens hun eigen verklaringen kort voor het ongeval nog met elkaar in gesprek waren.
Met betrekking tot de kwalificatie van het bewezenverklaarde verkeersgedrag
Het verkeersgedrag van verdachte dient naar het oordeel van het hof te worden aangemerkt als aanmerkelijk onoplettend en/of onvoorzichtig rijgedrag. Op dit punt dient zowel de bewezenverklaring als de strafmotivering te worden aangepast. Het hof ziet in aanpassing van de strafmotivering op dit punt overigens geen reden om te komen tot een andere straf, daar het die passend acht bij die bewezenverklaarde schuldgraad.
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met aanvulling en verbetering van de gronden te worden bevestigd.
Gezien het vorenstaande zal het vonnis op die onderdelen worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr M. Otte, voorzitter,
mr A.R. van der Winkel en mr. K. Lindenberg, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr R. Robroek, griffier,
en op 29 november 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mrs. Van der Winkel en Lindenberg zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.