Strafrecht overig

Vrijspraak. Er kan niet worden geconstateerd of verdachte heeft gereden aangezien er zich volstrekt…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 december 2014

Zaakgegevens

Op 10 december 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
10 december 2014
Datum publicatie
30 december 2014
Zaaknummer
21-002377-14
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2014:10204
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak. Er kan niet worden geconstateerd of verdachte heeft gereden aangezien er zich volstrekt onleesbare stukken in het dossier bevinden. Het hof heeft niet de beschikking over het digitale dossier.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002377-14

Uitspraak d.d.: 10 december 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 18 oktober 2013 met parketnummer 96-142375-12 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 december 2014, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 8 maart 2012 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 510 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Er kan niet worden geconstateerd of verdachte heeft gereden aangezien er zich volstrekt onleesbare stukken in het dossier bevinden. Het hof heeft niet de beschikking over het digitale dossier. Het hof zal overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal de verdachte vrijspreken nu niet valt vast te stellen of betrokkene als bestuurder van een voertuig is opgetreden of welk promillage het alcoholgehalte van betrokkenes adem was.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, lid van de enkelvoudige strafkamer,

in tegenwoordigheid van E.A. von Meijenfeldt, griffier,

en op 10 december 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.