Strafrecht overig
Vrijspraak van witwassen. Geen uitzonderlijk groot bedrag en ook niet op een heimelijke wijze vervoerd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:7632 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2015-7632
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2015
- Datum publicatie
- 12 oktober 2015
- Zaaknummer
- 21-003666-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:7632
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak van witwassen. Geen uitzonderlijk groot bedrag en ook niet op een heimelijke wijze vervoerd.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003666-13
Uitspraak d.d.: 6 oktober 2015
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Nederland van 11 maart 2013 met parketnummer 05-700387-11 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [1985] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 september 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep, subsidiair tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 15 november 2010, te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 12.400 Euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten dat geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.
Bij gelegenheid van een controle in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen wordt verdachte staande gehouden. In verband met een verdenking van overtreding van de Opiumwet wordt verdachte aan zijn kleding onderzocht. In zijn broekzak wordt een bedrag van ongeveer 200 euro aangetroffen, in zijn jaszak een enveloppe met ongeveer 8.000 euro. Verder worden in het dashboardkastje van de auto waarin verdachte reist twee enveloppen met geld aangetroffen. In totaal zit er in de drie enveloppen 12.400 euro. Verdachte heeft verklaard dat hij samen met de bestuurder de auto heeft gehuurd en hij legt over de herkomst van het geld ter zitting van de rechtbank een andere verklaring af dan tegenover de politie.
Anders dan de rechtbank en het openbaar ministerie acht het hof de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet voldoende om te komen tot een bewezenverklaring van (schuld)witwassen. Het gaat niet om een uitzonderlijk groot bedrag dat ook niet op heimelijke wijze werd vervoerd. Weliswaar heeft verdachte twee uiteenlopende verklaringen omtrent de herkomst van het aangetroffen geld gegeven, maar het hof acht een en ander bij gebreke van andere redengevende feiten en omstandigheden onvoldoende om te kunnen oordelen dat het niet anders kan zijn dan dat het aangetroffen geld uit enig misdrijf afkomstig is.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag, te weten:
€ 12.400,00.
Aldus gewezen door
mr. J.I.M.W. Bartelds, voorzitter,
mr. A. van Waarden en mr. R.H. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van J.R.M. Roetgerink, griffier,
en op 6 oktober 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.