Strafrecht overig
Niet ontvankelijkheid i.v.m. overlijden verdachte
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 december 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:9790 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2015-9790
Zaakgegevens
Op 7 december 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 december 2015
- Datum publicatie
- 22 december 2015
- Zaaknummer
- 21-004726-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:9790
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet ontvankelijkheid i.v.m. overlijden verdachte
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004726-15
Uitspraak d.d.: 7 december 2015
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen - na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 7 juli 2015 - op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 mei 2011 met parketnummer 07-630057-09 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
Het hoger beroep
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 december 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Nu het hof gebleken is dat verdachte is overleden op 17 augustus 2015, is het recht van het openbaar ministerie tot strafvordering vervallen. Derhalve dient het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte niet-ontvankelijk te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Aldus gewezen door
mr. H.J. Deuring, voorzitter,
mr. L.T. Wemes en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,
in tegenwoordigheid van G. Eisma, griffier,
en op 7 december 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.