Strafrecht overig

Art. 21 en 65 Sv. Bevoegdheid van de raadkamer om kennis te nemen van een vordering tot gevangenhouding of…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 januari 2016

Zaakgegevens

Op 20 januari 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
20 januari 2016
Datum publicatie
10 september 2018
Zaaknummer
05-840385-15-14
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2016:10781
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 21 en 65 Sv. Bevoegdheid van de raadkamer om kennis te nemen van een vordering tot gevangenhouding of gevangenneming na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

beschikking

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Arnhem

pkn: 05-840385-15-14

avnr: 000071-14

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [1999] ,

verblijvende in de justitiële jeugdinrichting te Lelystad.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 6 januari 2016, houdende het bevel tot gevangenhouding en de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door

mr M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 7 januari 2016.

OVERWEGINGEN:

De rechter-commissaris (kinderrechter) in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem heeft op 10 april 2015 de bewaring van verdachte bevolen en de bewaring vervolgens geschorst met ingang van die dag. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op 17 november 2015. Verdachte is toen niet verschenen. De behandeling is geschorst tot de terechtzitting van

15 december 2015. Verdachte is toen wederom niet verschenen. De rechtbank heeft op die terechtzitting (bij apart geminuteerde beslissing) de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven. Op die terechtzitting is geen beslissing genomen over de gevangenhouding van verdachte. De raadkamer van de rechtbank heeft op vordering van de officier van justitie op

6 januari 2016 de gevangenhouding van verdachte bevolen. Tegen deze beslissing heeft verdachte hoger beroep ingesteld.

Naar het oordeel van het hof had de raadkamer de officier van justitie niet ontvankelijk moeten verklaren, daar de raadkamer niet bevoegd was om van een vordering tot gevangenhouding (of gevangenneming) kennis te nemen nu het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen. Het hof zal daarom de beschikking waarvan beroep vernietigen en de officier niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 66a, 67, 67a , 71 en 282 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep en verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in zijn vordering.

Aldus gegeven op 20 januari 2016 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, P. van Dijken en M.M.L.A.T. Doll, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.