Strafrecht overig
Art. 67a, lid 2 sub 2 Sv. Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontoereikende motivering van het herhalingsgevaar
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 maart 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:4681 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-4681
Zaakgegevens
Op 9 maart 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 9 maart 2016
- Datum publicatie
- 14 juni 2016
- Zaaknummer
- 16-659124-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:4681
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 67a, lid 2 sub 2 Sv. Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontoereikende motivering van het herhalingsgevaar
Uitspraak
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Arnhem
pkn: 16-659124-16
avnr: 000350-11
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,
verblijvende in het huis van bewaring te [verblijfplaats] .
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 25 februari 2016, voor zover houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door
mr Y. Bouchikhi, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 26 februari 2016.
OVERWEGINGEN:
De voorlopige hechtenis is - kort samengevat - bevolen ter zake van een diefstal in vereniging met braak. Het hof is na onderzoek gebleken dat er sprake is van ernstige bezwaren ter zake van dat feit. De rechter-commissaris heeft als grond in het bevel tot bewaring opgenomen dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. Hij heeft die grond echter niet gemotiveerd. De raadkamer van de rechtbank heeft die grond overgenomen, maar die grond evenmin gemotiveerd. Gelet op de beperkte documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld, is het hof in dit geval van oordeel dat de grond waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven niet aanwezig is, zodat de beschikking van de rechtbank moet worden vernietigd en de vordering tot gevangenhouding moet worden afgewezen, met opheffing van de voorlopige hechtenis.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 69 en 71 van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING:
Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep, wijst af de vordering tot gevangenhouding en heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gegeven op 9 maart 2016 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, B.F.A. van der Krabben en M.M.L.A.T. Doll, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. de Graaf, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.