Strafrecht overig
Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding, verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 augustus 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8194 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-8194
Zaakgegevens
Op 20 augustus 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2021
- Datum publicatie
- 26 augustus 2021
- Zaaknummer
- 21-002259-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:8194
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding, verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002259-20
Uitspraak d.d.: 6 augustus 2021
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 2 mei 2019 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-010276-19 en 18-037957-19, tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Ten aanzien van het parketnummer 18-010276-19 is de dagvaarding om op de terechtzitting van de politierechter te verschijnen op 14 januari 2019 aan verdachte in persoon uitgereikt. Deze dagvaarding is op 15 januari 2019 ingetrokken. Aan verdachte is vervolgens op 15 februari 2019 wederom de dagvaarding om op de terechtzitting van de politierechter te verschijnen in persoon uitgereikt. Ten aanzien van het parketnummer 18-037957-19 is de dagvaarding om op de terechtzitting van de politierechter te verschijnen op 15 februari 2019 aan verdachte in persoon uitgereikt.
Op grond van artikel 408, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering dient in een dergelijk geval het hoger beroep te worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak. Dit betekent dat in de onderhavige zaak het hoger beroep uiterlijk kon worden ingesteld op 16 mei 2019. Het hoger beroep is pas ingesteld op 10 juli 2020, dus ruim na het verstrijken van de appeltermijn. Aangezien niet is gebleken dat deze termijnoverschrijding verontschuldigbaar is, zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. L.J. Hofstra, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,
en op 20 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.