Strafrecht overig
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:8945 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2021-8945
Zaakgegevens
Op 17 september 2021 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 september 2021
- Datum publicatie
- 23 september 2021
- Zaaknummer
- 21-004535-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2021:8945
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair of 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004535-19
Uitspraak d.d.: 17 september 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 15 augustus 2019 met parketnummer 18-022536-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 september 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van de verdachte ter zake van hetgeen hem is tenlastegelegd onder 1 primair en 2 primair, na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, tot een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. W. Schoo, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft bij vonnis van 15 augustus 2019 de verdachte ter zake van hetgeen hem onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd, veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] openlijk, te weten, op de P+R op of aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld en/of bedreiging met geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [naam1] , welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, schoppen en/of trappen en/of meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen en/of (vervolgens) toevoegen van de woorden: "Je vertelt het tegen niemand en als je de politie erbij haalt of als ik er achter kom dat je het wel tegen iemand vertelt, dan zoek ik je elke dag weer op", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
1. subsidiair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [naam1] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het meermalen, althans eenmaal, schoppen en/of trappen en/of meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen van die [naam1] ;
2. primair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] openlijk, te weten op de P+R op of aan de [adres] , in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een goed, te weten een personenauto, geheel of ten dele toebehorende aan [naam1] en/of [naam2] , welk geweld bestond uit de sleutel met kracht uit het contact trekken en/of het trappen en/of schoppen tegen voornoemde personenauto;
2. subsidiair
hij op of omstreeks 14 maart 2017, in de gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, in elk geval enig goed dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [naam1] en/of [naam2] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair of 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. T.H. Bosma en mr. W. Geelhoed, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 17 september 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.