Strafrecht overig

Onderzoek 03TENOR. Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep wegens het ontbreken van…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 december 2022

Zaakgegevens

Op 6 december 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
6 december 2022
Datum publicatie
2 januari 2023
Zaaknummer
21-003258-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:11224
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onderzoek 03TENOR. Niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep wegens het ontbreken van belang.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-003258-21

Uitspraak d.d.: 6 december 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juli 2021 met parketnummer 16-140328-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

ingeschreven te [adres] ,

thans verblijvende in P.I. [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 juli 2022, 6 december 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. W.B. Lisi (waarnemend voor mr. Y. Moszkowicz), naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep op 6 december 2022 heeft de raadsman meegedeeld dat de verdachte de behandeling van het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 14 juli 2021 niet wenst voort te zetten. De raadsman heeft het hof daarom verzocht de verdachte, wegens het ontbreken van belang, niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep. Op grond van het vorenstaande en gehoord de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met het voortzetten van de behandeling van de zaak, de verdachte niet ontvangen dient te worden in het door hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. J. Hielkema, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,

en op 6 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.