Strafrecht overig
Aan verdachte is door de rechtbank de ISD-maatregel opgelegd. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 september 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:7929 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-7929
Zaakgegevens
Op 14 september 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 14 september 2022
- Datum publicatie
- 15 september 2022
- Zaaknummer
- 21-001145-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:7929
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aan verdachte is door de rechtbank de ISD-maatregel opgelegd. Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met aanvulling van gronden.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001145-21
Uitspraak d.d.: 14 september 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 4 maart 2021 met parketnummer 08-306329-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 08-082797-20, 08-044561-20, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
thans verblijvende in [verblijfplaats].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 7 april 2022 en 31 augustus 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. D.M. Penn, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank heeft bij vonnis van 4 maart 2021, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren en de vorderingen strekkende tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf afgewezen.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis echter bevestigen met aanvulling van de gronden. Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft mede acht geslagen op het meest recente reclasseringsadvies van 28 juni 2022. Hieruit blijkt dat de reclassering van mening is dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel het meest passende kader is om verdachte langdurig de nodige ondersteuning te kunnen bieden. Dit is in een vrijwillig kader en in het kader van voorwaardelijke straffen niet mogelijk gebleken. De reclassering vindt dat zijn huidige detentie verdachte stabieler en rustiger heeft gemaakt, maar dat hij zich toch blijft verzetten tegen hulpverlening. Het risico op recidive, letselschade en het onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als hoog. Verdachte heeft daarnaast geen zicht op huisvesting, werk of dagbesteding. Ook is er sprake van schulden en beschikt verdachte niet over een sociaal netwerk.
Door de verdediging is het verzoek gedaan om de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering te brengen op de duur van de ISD-maatregel. Het hof acht het van belang dat er voldoende tijd is om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen om de bescherming van de samenleving te optimaliseren en alle kansen te geven aan de behandeling van verdachte, waaronder het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek. Het hof zal daarom het verzoek van de verdediging niet volgen, evenmin als het (meer) subsidiaire verzoek de duur van de ISD-maatregel te beperken tot de duur van één jaar. Het hof merkt op dat de reclassering blijkens haar rapportage voornemens is zo snel mogelijk te starten met de extramurale fase, aangezien verdachte zich al zo lang in voorlopige hechtenis bevindt en het hof gaat ervan uit dat aan dit voornemen ook gevolg zal worden gegeven.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door
mr. K.J.C. Geeve, voorzitter,
mr. D. Visser en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 14 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.