Strafrecht overig

Hoger beroep van de OvJ tegen de beslissing van de RC tot afwijzing van de tenuitvoerlegging van vervangende…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 november 2023

Zaakgegevens

Op 14 november 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
30 november 2023
Zaaknummer
000847-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:10206
E-mail

Samenvatting

Hoger beroep van de OvJ tegen de beslissing van de RC tot afwijzing van de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis en tegen het bijbehorende bevel invrijheidsstelling. Het nemen van een spoedige beslissing prevaleert boven de mogelijkheid van het OM alsnog stukken aan te leveren. Hof bevestigt de beslissing van de RC.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer eerste aanleg: 08-287414-21

AV-nummer: 000847-23

Uitspraak d.d.: 14 november 2023

Beslissing op het hoger beroep tegen de beslissing van de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 18 augustus 2023, als bedoeld in artikel 6:6:20, eerste lid, onder c van het Wetboek van Strafvordering, tot afwijzing van de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis in verband met het zich niet houden aan een bij het vonnis van die rechtbank van 7 juni 2023 opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel door de veroordeelde, alsmede tegen het bijbehorende bevel tot invrijheidstelling:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende te [woonplaats]

hierna te noemen veroordeelde.

Procesgang

Bij arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2023 is ter zake van belaging onder meer een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opgelegd.

Deze behelst dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 1950 te [plaats] .

Het hof heeft bevolen dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de opgelegde maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis is bepaald op twee weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

De maatregel is met andere maatregelen bij arrest dadelijk uitvoerbaar verklaard. Het arrest zelf is op 22 juni 2023 onherroepelijk geworden.

Op 17 augustus 2023 is de aanhouding bevolen van de veroordeelde wegens overtreding van bovengenoemde maatregel, waarna verdachte is aangehouden. De officier van justitie heeft daarop bij de rechter-commissaris een vordering tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis ingediend.

De rechter-commissaris heeft deze vordering op 18 augustus 2023 behandeld, en de veroordeelde, in het bijzijn van zijn raadsman, gehoord.

Bij beslissing van 18 augustus 2023 heeft de rechter-commissaris de vordering afgewezen en de invrijheidstelling van de veroordeelde bevolen. Daarbij heeft de rechter-commissaris overwogen dat uit het dossier op geen enkele manier blijkt dat veroordeelde degene is geweest die op 17 augustus 2023 contact heeft gezocht met [slachtoffer] . Het dossier bevat geen informatie over het telefoonnummer waarmee contact is opgenomen. De rechter-commissaris heeft daarnaast overwogen dat in het dossier geen informatie is opgenomen over het telefoonnummer waarnaar de voicemail is gestuurd waaruit blijkt dat dit het telefoonnummer van [slachtoffer] is, en dat verdachte dit zou moeten weten.

Op 30 augustus 2023 heeft de officier van justitie op grond van artikel 6:6:22, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafvordering tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dit beroep behandeld ter openbare terechtzitting van 14 november 2023.

De veroordeelde is niet verschenen. De raadsman van verdachte, mr. W.B. Lisi, was evenmin aanwezig.

De voorzitter heeft ter terechtzitting medegedeeld dat het hof wat de stukken betreft alleen de beslissing van 18 augustus 2023 van de rechter-commissaris, de akte rechtsmiddel van de officier van justitie van 30 augustus 2023 en de appelmemorie van diezelfde datum heeft ontvangen. Een onderliggend proces-verbaal van bevindingen ontbreekt, hoewel in de appelmemorie was toegezegd dat dit verstrekt zou worden.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechter-commissaris wel in het bezit moet zijn geweest van één of meer andere stukken. Zij heeft daarom om aanhouding van de zaak verzocht, zodat zij deze stukken nog kan verkrijgen.

Beoordeling van het verzoek

Na gehouden beraad heeft de voorzitter als beslissing van het hof medegedeeld dat de zaak niet aangehouden zal worden.

De voorzitter heeft toegelicht dat het openbaar ministerie op grond van artikel 6:6:20 onder b jo. 6:6:22 van het Wetboek van Strafvordering beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de in het arrest bepaalde vervangende hechtenis. Op grond van artikel 6:6:22, derde lid van het Wetboek van strafvordering is artikel 6:6:17 in dergelijke gevallen van overeenkomstige toepassing. Dit artikel bepaalt dat het gerechtshof in gevallen als het onderhavige zo spoedig mogelijk beslist.

Gelet op het bovenstaande en op het feit dat het beroep tegen de afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en het bevel tot invrijheidsstelling reeds is ingesteld op 30 augustus 2023 – waarbij de toezegging tot het aanleveren van (in ieder geval één) aanvullend proces-verbaal eveneens reeds op die datum is gedaan in de appelmemorie – is het hof van oordeel dat het nemen van spoedige beslissing in deze zaak prevaleert boven het voorzien in de mogelijkheid aan het openbaar ministerie om alsnog stukken te kunnen aanleveren.

Nu ook het hof uit de voorhanden stukken niet blijkt dat het veroordeelde is geweest die op 17 augustus 2023 contact heeft gezocht met [slachtoffer] en daarmee niet blijkt dat veroordeelde enige voorwaarde heeft geschonden, zal het hof de beslissing van de rechter-commissaris van 18 augustus 2023 bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt de beslissing van de rechter-commissaris.

Aldus gegeven door

mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,

mr. S. Bek en mr. S. Weening, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C.P. Keuker, griffier,

door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 14 november 2023 ter openbare zitting uitgesproken.