Strafrecht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Strafrecht overig

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 20 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 oktober 2023
Datum publicatie
4 december 2023
Zaaknummer
21-000673-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:10302
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

416 lid 2 Sv

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000673-19

Uitspraak d.d.: 20 oktober 2023

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 januari 2019 met parketnummer 16-659548-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 16-066192-17, 16-106379-16, 16-158278-16, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

wonende te [adres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het namens hem ingestelde hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De raadsman heeft verzocht verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte geen bezwaren meer heeft tegen het vonnis waarvan beroep.

Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu namens verdachte tijdens de behandeling ter zitting van het hof, bij gebrek aan bezwaren, is verzocht verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het namens hem ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Aldus gewezen door

mr. E.M.J. Brink, voorzitter,

mr. A. Meester en mr. F.A. Hartsuiker, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,

en op 20 oktober 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. F.A. Hartsuiker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.