Strafrecht overig

Veroordeling wegens overtreding van artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 tot een geldboete van €…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 juni 2026

Zaakgegevens

Op 11 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
11 juni 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
21-002465-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:4270
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling wegens overtreding van artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 tot een geldboete van € 600,00, subsidiair 12 dagen hechtenis.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002465-25

Uitspraakdatum: 11 juni 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 27 mei 2025 met parketnummer 18-070427-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de kantonrechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat door verdachte is aangevoerd.

Na het sluiten van het onderzoek op de terechtzitting, heeft het hof meteen mondeling uitspraak gedaan in het bijzijn van verdachte.

Het vonnis

De kantonrechter heeft bij vonnis van 27 mei 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 tot een geldboete van € 600,00, bij niet voldoen te vervangen door 12 dagen hechtenis.

Het hof is van oordeel dat de kantonrechter op juiste wijze heeft beslist. Het hof bevestigt het vonnis met aanvulling van de gronden. Ook zal het hof het vonnis aanvullen met hetgeen zich op de zitting van het hof heeft voorgedaan.

Aanvulling van gronden

Uitwerking van bewijsmiddelen

Het hof werkt de bewijsmiddelen die in het vonnis zijn opgenomen, als volgt uit:

1. Het naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal leerplicht met bijlagen van 25 februari 2025, met proces-verbaalnummer 18-070427-25, inhoudend de verklaring van leerplichtambtenaar [naam] , zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van meldingen van ongeoorloofd schoolverzuim door Basisschool [school] , gevestigd te [plaats] en het [lyceum] te [plaats] , zijnde een school in de zin van artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, is er een onderzoek ingesteld naar het schoolverzuim, van de hieronder genoemde leerplichtige kinderen, dat geleid heeft tot opmaak van dit proces-verbaal.

Verdachte:

Naam [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Leerplichtige minderjarigen:

Naam minderjarige: [naam]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Naam minderjarige: [naam]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Naam minderjarige: [naam]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Gezinssituatie:

De feitelijke verzorging ligt bij: beide ouders/verzorgers.

Meldingen huidige schooljaar op grond waarvan pv is opgemaakt:

Schooljaar: 2024-2025

Periode: 4-2-2025 t/m 7-2-2025

Aantal schooldagen: 4

Reden:
Vader heeft bij beide scholen schriftelijk verlof aangevraagd voor vakantie buiten de schoolvakanties om. Dit hebben beide schooldirecteuren afgewezen. Vader is toch met zijn kinderen gegaan.

DUO-verzuimmeldingsdetails:

Naam: [naam] (v)

Verzuimduur: van 04-02-2025 t/m 07-02-2025

Alle lessen gemist: Ja

Soort verzuim: Luxe verzuim

Vermoedelijke reden: Zonder toestemming van de directeur op vakantie gegaan.

Onderwijsinstelling: [lyceum] , [plaats]

Naam: [naam] (v)

Verzuimduur: van 03-02-2025 t/m 07-02-2025

Alle lessen gemist: Ja

Soort verzuim: Luxe verzuim

Vermoedelijke reden: Vakantie (verlof afgewezen)

Onderwijsinstelling: [school] , [plaats]

Naam: [naam] (m)

Verzuimduur: van 04-02-2025 t/m 07-02-2025

Alle lessen gemist: Ja

Soort verzuim: Luxe verzuim

Vermoedelijke reden: Zonder toestemming van de directeur op vakantie gegaan.

Onderwijsinstelling: [lyceum] , [plaats]

Aanvulling van bewijsmiddelen

Het hof vult de bewijsmiddelen die in het vonnis zijn opgenomen, als volgt aan:

2. De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van het hof van 11 juni 2026, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Het klopt dat ik met mijn kinderen [naam] , [naam] en [naam] in de ten laste gelegde periode van 4 februari tot en met 7 februari 2025 op vakantie ben geweest.

Aanvulling van bewijsoverweging

De strafoplegging is bij de mondelinge uitspraak, zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.

Verdachte heeft bij het [lyceum] voor zijn zoon [naam] en dochter [naam] , en bij Basisschool [school] voor zijn dochter [naam] voor de periode van 4 februari tot en met 7 februari 2025 verlof aangevraagd. Dit betreffen verlofaanvragen voor vakantie buiten de schoolvakantie. Beide schooldirecteuren hebben afwijzend beslist op deze verlofaanvragen. Verdachte was het niet eens met deze beslissingen en heeft tegen de beslissing van de directeur van Basisschool [school] bezwaar gemaakt. Dat heeft niet geleid tot een andere beslissing van de desbetreffende directeur. Vervolgens is verdachte met zijn kinderen van 4 februari tot en met 7 februari 2025 op vakantie gegaan. Verdachte heeft, door zonder toestemming buiten de schoolvakantie op vakantie te gaan met zijn kinderen, zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 2, eerste lid van de Leerplichtwet 1969.

De redenen die verdachte noemt op grond waarvan hij meent dat zijn kinderen recht hebben op vakantie buiten de schoolvakanties, maken dit niet anders. De verdachte heeft aangegeven het in verband met zijn bedrijf in de verkoop van vuurwerk in de kerstvakantie erg druk te hebben. Hij heeft dit echter richting het schoolbestuur onvoldoende onderbouwd, hoewel wel meerdere malen om die onderbouwing was gevraagd. Het had op de weg van verdachte gelegen om voor een deugdelijke onderbouwing (richting het schoolbestuur) te zorgen. Verdachte meent dat hij omdat hij vraagt om een paar dagen vakantie buiten de schoolvakanties, dat recht ook heeft. Verder heeft verdachte, gevraagd naar de reden waarom hij niet twee weken later tijdens de reguliere voorjaarsvakantie op vakantie had kunnen gaan, aangegeven dat hij liever buiten de schoolvakanties gaat omdat de attracties dan minder druk zijn en hij dat fijner voor zijn kinderen vindt. Dat verdachte het (enkel) in de kerstvakantie te druk heeft om op vakantie te gaan, maakt niet dat hij niet van andere reguliere schoolvakanties gebruik had kunnen (en moeten) maken. Elk gezin met schoolgaande kinderen heeft immers te maken met drukte tijdens de reguliere schoolvakanties.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. J.A.M. Kwakman en mr. L. Pieters, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 11 juni 2026.