Strafrecht overig

Strafverzwarende omstandigheid niet opgenomen in de omschrijving van het feit in de vordering bewaring…

Zaakgegevens

Op 13 maart 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13 maart 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
000451-17
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5493
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Strafverzwarende omstandigheid niet opgenomen in de omschrijving van het feit in de vordering bewaring; blijkt wel uit de toelichting. De 12-jaarsgrond is van toepassing.

Uitspraak

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

locatie Arnhem

pkn: 05-720115-13

avnr: 000451-17

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[voornaam] [achternaam],

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in de justitiële jeugdinrichting ‘De Hartelborgt’ te Spijkenisse.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Oost-Nederland, zittingsplaats Arnhem van 28 februari 2013, houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord in raadkamer van heden de advocaat-generaal, verdachte, bijgestaan door mr M. Schwab, advocaat te Amsterdam, mevrouw N. Reitsema namens de Jeugdreclassering en mevrouw D. Lautan namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 5 maart 2013.

OVERWEGINGEN:

Met betrekking tot de door de rechtbank gehandhaafde zogenaamde 12-jaarsgrond merkt het hof het volgende op. Gelet op de letterlijke omschrijving van het in de vordering tot inbewaringstelling opgenomen feit – een diefstal met geweld – geldt dat, naar de letterlijke omschrijving in de vordering daarvoor, ingevolge artikel 312 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf van ten hoogste 9 jaar kan worden opgelegd. In de toelichting bij deze vordering is echter opgenomen, dat thans de verdenking bestaat van straatroof op de openbare weg. Op die variant van het delict is in gevolge het tweede lid van genoemd artikel een gevangenisstraf van 12 jaar bedreigd. Gelet daarop, alsmede op het feit dat ernstige bezwaren aanwezig zijn ter zake van het op de openbare weg gepleegd zijn van het in de vordering opgenomen feit acht het hof met de rechtbank de zogenaamde 12-jaarsgrond als bedoeld in artikel 67 lid 2, onder 1e, van het Wetboek van Strafvordering van toepassing te zijn.

Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a en 71 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gegeven op 13 maart 2013 door mrs A.E. Harteveld, voorzitter, P. van Kesteren en W.R. Rosingh, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.