Strafrecht overig
Vernietiging door hof van een toewijzing schorsing.
ECLI:NL:GHARL:2015:7021 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-gharl-2015-7021
Zaakgegevens
Op 10 juni 2015 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 10 juni 2015
- Datum publicatie
- 22 september 2015
- Zaaknummer
- 05-740242-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2015:7021
Samenvatting
Vernietiging door hof van een toewijzing schorsing.
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
locatie Arnhem
pkn: 05-740242-15
avnr: 000908-04
Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie in het arrondissement Oost-Nederland in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1991] ,
verblijvende in [PI verblijfplaats] .
Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 28 mei 2015, houdende de toewijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr G.J. Gerrits, advocaat te Arnhem, in raadkamer van heden.
Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 29 mei 2015.
OVERWEGINGEN:
Het hof is na onderzoek gebleken dat gezien de ernst van het feit waarvan verdachte wordt verdachte, op zichzelf onvoldoende redenen aanwezig zijn tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte. Het hof ziet in dit geval schorsing van de voorlopige hechtenis ten einde verdachte een opgelegde maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders te doen ondergaan niet als een reëel alternatief omdat het hof daarmee zou treden in de executiebevoegdheid van het openbaar ministerie terwijl daarnaast geen zicht bestaat op de wijze waarop en de plaats waar deze maatregel ten uitvoer zou worden gelegd zodat niet kan worden bepaald of die tenuitvoerlegging valt te verenigen met de belangen die met voortzetting van de voorlopige hechtenis worden gediend. Het hof zal daarom de beschikking van de rechtbank vernietigen.
Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikel 80 van het Wetboek van Strafvordering.
BESLISSING:
Het hof vernietigt de beschikking waarvan beroep en bepaalt dat de voorlopige hechtenis van verdachte onverwijld verder ten uitvoer wordt gelegd.
Aldus gegeven op 10 juni 2015 door mrs E.A.K.G. Ruys, voorzitter, Y.A.J.M. van Kuijck en P.R. Wery, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.F. Peters, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.