Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem, 21 oktober 1999
ECLI:NL:GHARN:1999:AA1370 · Gerechtshof Arnhem · 21 oktober 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-gharn-1999-aa1370
Zaakgegevens
Op 21 oktober 1999 heeft het Gerechtshof Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 1999
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 98/02303
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:1999:AA1370
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nr. 98/02303
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende:X
te:Z
ambtenaar:de inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen P
aangevallen beslissing:uitspraak op bezwaarschrift tegen aanslag
soort belasting:inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen
jaar:1995
mondelinge behandeling:op 7 oktober 1999 te Arnhem door mr N.E. Haas, mr Matthijssen en mr drs F.J.P.M. Haas in tegenwoordigheid van mr Snoijink als grifWer
waarbij verschenen:de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de inspecteur
gronden:
1. In het onderhavige jaar was belanghebbende werkzaam als directeur van A B.V. (hierna: de BV).
2. De BV heeft op belanghebbendes loon geen loonhefWng ingehouden, laat staan afgedragen. Ter zake is aan de BV een nahefWngsaanslag opgelegd.
3. Indien de inspecteur bij een inhoudingsplichtige de loonhefWng heeft nageheven, zijn de nageheven loonbelasting en premie volksverzekeringen op de voet van artikel 63 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 in de voor het onderhavige geldende tekst als voorhefWng verrekenbaar met de verschuldigde inkomstenbelasting en premie.
4. Anders dan de inspecteur kennelijk meent, is daarbij niet van belang:
4.1. of belanghebbende wist dat geen loonhefWng werd ingehouden, en
4.2. of de nahefWngsaanslag geheel of gedeeltelijk niet betaald zal worden.
5. Het beroep is gegrond. De aanslag moet worden verminderd zoals hierna onder ‘beslissing’ wordt weergegeven.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten Wscale procedures en in samenhang met de zaak nummer 98/02304, waarin heden eveneens mondeling uitspraak wordt gedaan, te berekenen op (1 [beroepschrift] +1 [verschijnen mondelinge behandeling]) ƒ 710,– 2 [gewicht van de zaak] 1 [samenhangende zaken] = ƒ 2 840,–.
beslissing:
Het gerechtshof:
– vernietigt de uitspraak van de inspecteur;
– vermindert de aanslag tot een, berekend naar een belastbare som van ƒ 59 578 onder verrekening van ƒ 54 156 aan loonheffing;
– gelast de inspecteur aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van ƒ 80 te vergoeden;
– veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van ƒ 2 840,–, te vergoeden door de Staat der Nederlanden.
Aldus in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 21 oktober 1999 door mr N.E. Haas voornoemd, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Wagelmans als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(P.F.A. Wagelmans) (N.E. Haas)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 25 oktober 1999