Belastingrecht
Vennootschapsbelasting. Verwijzingsprocedure HR 7 december 2007, nr. 43284. Verlies in deelneming is niet…
Gerechtshof Arnhem, 8 oktober 2008
ECLI:NL:GHARN:2008:BG0151 · Gerechtshof Arnhem · 8 oktober 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-gharn-2008-bg0151
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2008 heeft het Gerechtshof Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07-00581
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:2008:BG0151
Samenvatting
Vennootschapsbelasting.
Verwijzingsprocedure HR 7 december 2007, nr. 43284. Verlies in deelneming is niet aftrekbaar.
Uitspraak
Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nr. 07/00581
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X B.V.
te : Z
verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/P
aangevallen beslissingen : uitspraken op bezwaarschrift tegen aanslag en verliesvast-stellingsbeschikking
soort belasting : vennootschapsbelasting
jaar : 1998
onderzoek ter zitting : na cassatie en verwijzing bij arrest van de Hoge Raad van 7 december 2007, nr. 43 284, van de uitspraak van het ge-rechtshof te ’s-Hertogenbosch van 6 april 2006, nr. 03/02761, op 24 september 2008 te Arnhem door mr. Den Ouden, voorzitter, mr. Van de Merwe en mr. Nieuwen¬huizen in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier
waarbij verschenen : de gemachtigde van belanghebbende alsmede de Inspec-teur
gronden:
1. Partijen hebben zich verenigd met het ter zitting kenbaar gemaakte voorlopige oordeel van dit Hof, dat in het onderhavige jaar 1998 door belanghebbende ter zake van haar deel-neming in B geen verlies kan worden genomen.
2. Voor het overige verwijst het Hof naar het vergelijk zoals verwoord in de mondelinge uitspraak van heden in de gelijktijdig behandelde verwijzingszaak van A te R, bij het Hof bekend onder kenmerk 07/00580.
slotsom:
Het beroep is ongegrond.
kosten:
Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het Hof geen termen aanwezig.
beslissing:
Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.
Aldus gedaan te Arnhem op 8 oktober 2008 door mr. Den Ouden, voorzitter, mr. Van de Merwe en mr. Nieuwenhuizen. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitge-sproken in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(W.J.N.M. Snoijink) (R. den Ouden)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 10 oktober 2008
Binnen zes weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal kan ieder van de partijen tegen deze mondelinge uitspraak beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
postbus 20 303, 2500 EH Den Haag
(bezoekadres: Kazernestraat 52).
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van dit proces-verbaal overgelegd.
2. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid alsnog gronden voor het beroep in cassatie aan te voeren.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad worden verzocht om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.