Strafrecht overig
Door de rechtbank is de verlengingsvordering van de officier van justitie afgewezen en de maatregel van…
ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1455 · Gerechtshof Arnhem · 14 augustus 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharn-2006-az1455
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2006 heeft het Gerechtshof Arnhem in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- TBS 2006\127
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1455
Samenvatting
Door de rechtbank is de verlengingsvordering van de officier van justitie afgewezen en de maatregel van terbeschikkingstelling beëindigd. Door de officier van justitie is uitdrukkelijk toegezegd geen hoger beroep in te stellen. Ondanks deze toezegging toch hoger beroep ingesteld door de officier van justitie. Deze wordt door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn verlengingsvordering nu bij betrokkene sprake is van opgewekt vertrouwen dat het openbaar ministerie niet in hoger beroep zou gaan.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2006\127
Beslissing d.d. 14 augustus 2006
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Assen van 27 april 2006, houdende afwijzing van de vordering tot verlenging.
Overwegingen:
- Uit de verhoren van drs C.M. van Emmerik, hoofd behandeling [verblijfplaats], en dr L.M.C. van den Bosch, circuit manager behandeling, komt naar voren dat de officier van justitie zonder voorbehoud heeft gezegd niet van plan te zijn in hoger beroep te gaan. Bij betrokkene is derhalve sprake van opgewekt vertrouwen dat het openbaar ministerie niet in beroep zou gaan tegen de afwijzing van de verlengingsvordering. Het hof zal de officier van justitie derhalve niet-ontvankelijk verklaren in zijn verlengingsvordering.
Beslissing:
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.
Aldus gedaan door
mr Verheugt als voorzitter,
mrs Vegter en Kerssemakers als raadsheren,
en dr Schudel en drs Poll als raden,
in tegenwoordigheid van mr Bosma als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2006.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.