Strafrecht overig

Vrijspraak. Op grond van wettige bewijsmiddelen kan niet worden bewezen dat verdachte dreigend met een…

Gerechtshof Arnhem, 8 april 2011

Zaakgegevens

Op 8 april 2011 heeft het Gerechtshof Arnhem in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
8 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
24-001088-10
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0807
E-mail

Samenvatting

Vrijspraak. Op grond van wettige bewijsmiddelen kan niet worden bewezen dat verdachte dreigend met een keukenbijltje of ander slagvoorwerp in de hand op aangever is toegelopen. Uit de aangifte blijkt dat de dreiging tegen een ander persoon was gericht. Ook uit de verklaringen van de getuige blijkt niet dat aangever met een keukenbijltje of ander slagvoorwerp is bedreigd.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001088-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-400307-09

Arrest van 8 april 2011 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 april 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij vonnis ontslagen van alle rechtsvervolging en de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar gelast, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft, nadat het hof hem heeft verzocht zich op deze behandeling ter zitting alleen uit te laten over de vraag of het feit bewezen kan worden, gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 18 oktober 2009 te [plaats] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is verdachte opzettelijk dreigend met een keukenbijltje, althans met een slagvoorwerp, in zijn hand op die [slachtoffer] toegelopen.

Vrijspraak

Op grond van wettige bewijsmiddelen kan niet worden bewezen dat verdachte dreigend met een keukenbijltje - of een ander slagvoorwerp - in de hand op [slachtoffer] is toegelopen. Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat de dreiging met het keukenbijltje niet hem betrof, doch verdachtes stiefbroer [naam].

Ook uit de verklaringen van getuige [getuige], afgelegd bij de politie en ter zitting van het hof, blijkt niet dat [slachtoffer] met het keukenbijltje - of een ander slagvoorwerp - is bedreigd. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.A.A.M. van Veen, voorzitter, mr. S. Zwerwer en mr. W.M. van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier.