Belastingrecht
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Belastingrecht
Gerechtshof Den Haag, 3 maart 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:377 · Gerechtshof Den Haag · 3 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2022-377
Zaakgegevens
Op 3 maart 2022 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 maart 2022
- Datum publicatie
- 10 maart 2022
- Zaaknummer
- BK-21/00362
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:377
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-21/00362bis
HERSTELUITSPRAAK van 3 maart 2022
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof met nummer BK-21/00362, ECLI:NL:GHDHA:2022:53, inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 april 2021, nummer SGR 20/2169.
1 De uitspraak in het hoger beroep
Het is het Hof gebleken dat in de uitspraak van 18 januari 2022 abusievelijk als uitspraakdatum 18 januari 2021 is vermeld (op blz. 1 en 6).
Het Hof zal de verbetering doorvoeren zoals in 1.1 is vermeld.
2 Beslissing
Het Hof:
-
verbetert de hierboven vermelde misslag in de uitspraak van 18 januari 2022, nummer BK-21/00362, en
-
stelt de verbetering op de minuut van die uitspraak.
Deze uitspraak is vastgesteld door F.G.F. Peters, W.M.G. Visser en L.D. van Wijck-Koolstra, in tegenwoordigheid van de griffier J. Azmi Shenouda. De beslissing is op 3 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.
aangetekend aan
partijen verzonden: