Belastingrecht

Hersteluitspraak bij ECLI:NL:GHDHA:2025:635

Gerechtshof Den Haag, 16 april 2025

Zaakgegevens

Op 16 april 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
16 april 2025
Datum publicatie
24 april 2025
Zaaknummer
BK-23/1092bis
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:746
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak bij ECLI:NL:GHDHA:2025:635

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-23/1092bis

Uitspraak van 16 april 2025 ter herstel van de uitspraak van 27 februari 2025

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

(vertegenwoordiger: […] )

gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 27 februari 2025, nummer

BK-23/1092, inzake het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 26 september 2023, nummer SGR 22/3193.

De uitspraak in het hoger beroep

1.1.

Het Hof heeft in deze zaak op 27 februari 2025 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een omissie in rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak.

1.2.

In rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag vermeld van € 226,75. Dit bedrag berust op een misslag. Het juiste bedrag is € 453,50, zoals blijkt uit de som en de tekst in rechtsoverweging 6. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak

1.3.

Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6 van de uitspraak als volgt komt te luiden:

“Het Hof stelt de proceskosten, op de voet van artikel 8:75 Awb in verbinding met het Besluit en de daarbij behorende bijlage, vast op € 453,50 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de hogerberoepsfase (2 punten (zienswijze incidenteel hoger beroep en bijwonen zitting) x wegingsfactor 0,25 x € 907). De wegingsfactor is vastgesteld conform het richtsnoer van de gerechtshoven 2024, paragraaf 1.2 (onder meer Hof Den Haag 14 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1398).”

en het dictum van de uitspraak van 27 februari 2025 als volgt komt te luiden:

“Het Gerechtshof:

  • bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, en

  • veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in het incidentele hoger beroep tot een bedrag van € 453,50.”

Beslissing

Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 27 februari 2025, nummer BK-23/1092, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.

Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.

De griffier, de voorzitter,

L. van den Bogerd L.D.M.A Reijs

De beslissing is op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken.