Belastingrecht
Hersteluitspraak. Betreft misslag ter zake van te vergoeden griffierecht in beroep.
Gerechtshof Den Haag, 7 mei 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:2868 · Gerechtshof Den Haag · 7 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2026-2868
Zaakgegevens
Op 7 mei 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 mei 2026
- Datum publicatie
- 16 september 2026
- Zaaknummer
- BK-25/355bis
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2868
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak. Betreft misslag ter zake van te vergoeden griffierecht in beroep.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/355bis
Hersteluitspraak van 7 mei 2026
in het geding tussen:
[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: S.M. Bothof)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 2 april 2026, nummer BK-25/355, inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 13 maart 2025, nummer SGR 23/4418.
De uitspraak in het hoger beroep
Het Hof heeft in deze zaak op 2 april 2026 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof naar aanleiding van een bericht van de gemachtigde van belanghebbende gebleken van een omissie in rechtsoverweging 6.3 en in het dictum van de uitspraak.
In rechtsoverweging 6.3 van de uitspraak is het Hof vergeten te overwegen dat aan belanghebbende het voor de behandeling in beroep gestorte griffierecht van € 365 dient te worden vergoed. In het dictum is dit bedrag eveneens niet vermeld. Dit berust op een misslag. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak.
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6.3 van de uitspraak komt te luiden:
“Voorts dient aan belanghebbende het voor de behandeling in beroep gestorte griffierecht van € 365, alsmede het in hoger beroep gestorte griffierecht van € 579 te worden vergoed.”
en het dictum van de uitspraak van 2 april 2026 komt te luiden:
“Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, maar uitsluitend voor wat betreft de naheffingsaanslag, de ten laste van de Inspecteur uitgesproken proceskostenvergoeding, en de beschikking inzake belastingrente,
- vernietigt de uitspraak op bezwaar,
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 8.398,
- wijzigt de beschikking inzake belastingrente dienovereenkomstig,
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor het geding, vastgesteld op € 2.420,63 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
- draagt de Inspecteur op aan belanghebbende een bedrag van in totaal € 944 aan griffierechten te vergoeden.”
Beslissing
Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 2 april 2026, nummer BK-25/355, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A. Reijs, A. van Dongen en W. de Wit, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A. Reijs
De beslissing is op 7 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.