Civiel recht overig
Kort geding. Dagvaarding in hoger beroep dateert van 15 oktober 2013. Sedertdien geen proceshandeling…
Gerechtshof Den Haag, 30 juni 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1996 · Gerechtshof Den Haag · 30 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghdha-2015-1996
Zaakgegevens
Op 30 juni 2015 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 30 juni 2015
- Datum publicatie
- 14 juli 2015
- Zaaknummer
- 200.134.247
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.C. van der Tak te Bergen op Zoom
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2015:1996
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Dagvaarding in hoger beroep dateert van 15 oktober 2013. Sedertdien geen proceshandeling verricht. Eerst recent arrest gevraagd. Dat (thans nog) spoedeisend belang aanwezig is is niet gebleken. Hoger beroep afgewezen.
Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.134.247/01
Zaak-rolnummer Rechtbank : C/10/427756/ KG ZA 13-629
arrest van 30 juni 2015
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. J.C. van der Tak te Bergen op Zoom,
tegen
[appellante],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
verstek verleend.
1 Het geding
Bij exploot van 4 september 2013 is appellante in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 8 augustus 2013 gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.
Voor de loop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar hetgeen de voorzieningenrechter daaromtrent in het bestreden vonnis heeft vermeld.
Bij memorie van grieven heeft appellant 2 grieven geformuleerd en tevens haar eis gewijzigd.
Aan geïntimeerde is op 15 oktober 2013 verstek verleend.
Appellante heeft op 17 februari 2015 haar procesdossier overgelegd en arrest gevraagd.
2 Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
1. Voor zover tegen de feiten geen grief is gericht gaat het hof uit van de feiten zoals deze in het bestreden vonnis zijn vastgesteld.
2. Appellante heeft in haar memorie van grieven haar vordering gewijzigd en gepreciseerd in die zin dat zij thans vordert bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:
- dat geïntimeerde appellante afgeeft binnen veertien dagen na betekening van het ten deze te wijzen arrest, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van
€ 50.000,-: de volledige administratie van wijlen de heer [naam] die van de eenmanszaak [naam] daaronder begrepen, inclusief alle bankafschriften, de [naam] kenteken [nummer], [naam] trilplaat, [naam] mobiele graver en de aanhangwagen;
- en in geval geïntimeerde een of meer van de activa heeft verkocht en daardoor niet in staat is die activa (tijdig) af te geven, geïntimeerde te veroordelen appellante binnen eerder gemelde termijn van veertien dagen na betekening, eveneens op verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan indien aan het arrest niet wordt voldaan: de relevante informatie te verschaffen omtrent enig onderdeel/roerende zaak waarvan afgifte niet (meer) kan worden gevorderd waar het gaat om navolgende vragen, wanneer, aan wie en tegen welke prijs de onderscheidenlijke activa zijn verkocht onder overlegging van betaalbewijs;
- alsmede geïntimeerde te veroordelen in de kosten van de procedure zowel in prima als in hoger beroep.
Spoedeisend belang
3. Het hof is van oordeel dat er, gezien het hierna te omschrijven procesverloop in de onderhavige zaak, niet gebleken is van een spoedeisend belang aan de zijde van appellante. Appellante heeft op 15 oktober 2013 hoger beroep ingesteld en memorie van grieven, tevens wijziging van eis, genomen. Aan geïntimeerde is op 15 oktober 2013 verstek verleend. Vervolgens heeft de zaak voor ‘beraad appellant’ en daarna voor ‘appellant voor fourneren’ op de rol gestaan. Pas nadat de zaak voor ‘fourneren appellant of ambtshalve royement’ op de rol staat, vraagt appellante, zonder enige nadere toelichting, arrest. Uit het vorenstaande volgt naar het oordeel van het hof dat van een (thans nog aanwezig) spoedeisend belang niet is gebleken. Het hof wijst derhalve het hoger beroep van appellante af.
Proceskosten
4. Gelet op het vorenstaande ziet het hof aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het geding. Deze kosten zijn aan de zijde van geïntimeerde tot op heden te begroten op nihil.
3 Beslissing
Het hof:
wijst het hoger beroep af;
veroordeelt appellante in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot op heden te begroten op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. Labohm, Stollenwerck en Kamminga en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2015 in aanwezigheid van de griffier.