Civiel recht overig
bevelschrift ex artikel 250 Rv.
Gerechtshof Den Haag, 18 juni 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:1823 · Gerechtshof Den Haag · 18 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2013-1823
Zaakgegevens
Op 18 juni 2013 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 18 juni 2013
- Datum publicatie
- 23 juni 2013
- Zaaknummer
- 200.100.487-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.C Hardam te Rotterdam, mr. G.E.M. Gijsberts te Woerden
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2013:1823
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
bevelschrift ex artikel 250 Rv.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.100.487/01
Rolnummer rechtbank : 1204147 \ CVEXPL 11-5361
Bevelschrift van 18 juni 2013
inzake
[appellant sub 1],
wonende te [woonplaats],
[appellante sub 2],
wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: [appellanten],
advocaat: mr. J.C. Hardam te Rotterdam,
tegen
Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: De Stichting,
advocaat: mr. G.E.M. Gijsberts te Woerden.
Het geding
Bij exploot van 6 januari 2012 zijn [appellanten] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 7 oktober 2011, door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam, gewezen tussen partijen. Bij tussenarrest van 22 mei 2012 is een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 2 november 2012. [appellanten] hebben vervolgens een memorie van grieven genomen, waarna zij bij akte ter rolle ex artikel 250 Rv van 16 april 2013, met bijgevoegd een bijzondere volmacht van [appellanten], hun hoger beroep hebben ingetrokken. Tenslotte hebben beide partijen een beslissing over de kosten gevraagd.
Beoordeling van het hoger beroep
Het hof leidt uit voormelde gang van zaken af dat [appellanten] tijdig en rechtsgeldig afstand van instantie hebben gedaan, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 249 en 250 Rv. Door het nemen van voormelde akte heeft de afstand haar werking verkregen. Op grond van artikel 249, tweede lid, Rv zijn [appellanten] verplicht de proceskosten in hoger beroep van de Stichting te betalen. Deze proceskosten stelt het hof op € 666,-- aan griffierecht en op 1 punt van het toepasselijke liquidatietarief (wegens de comparitie van partijen). Het hof zal overeenkomstig het verlangen van de Stichting, zoals het hof dit begrijpt, een bevelschrift terzake uitvaardigen, een en ander op grond van artikel 250, vierde lid Rv.
Beslissing
Het hof:
-
beveelt de betaling door [appellanten] aan de Stichting van de door laatstgenoemde in hoger beroep gemaakte proceskosten en stelt deze vast op € 666,-- aan griffierecht en op € 894,-- aan salaris voor de advocaat;
-
verstaat dat deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad is op grond van artikel 250, vierde lid, Rv.
Dit bevelschrift is uitgevaardigd door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, I.M. Davids en J.E.H.M. Pinckaers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2013, in aanwezigheid van de griffier.