Civiel recht overig

Second opinion procedure; vordering terugbetaling voorgeschoten huurtermijnen en bedrijfskosten

Gerechtshof Den Haag, 16 december 2014

Zaakgegevens

Op 16 december 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
16 december 2014
Datum publicatie
23 maart 2023
Zaaknummer
200.156.682/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. H Loonstein te Amsterdam, mr. G.C. Kruijswijk te Bergen (NH)
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2014:4741
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Second opinion procedure; vordering terugbetaling voorgeschoten huurtermijnen en bedrijfskosten

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel Recht

Zaaknummer : 200.156.682/01

Rolnummer rechtbank : 2325948 \ CV EXPL 13-5373

Arrest van 16 december 2014

in de zaak van

[appellant],

wonende te Amsterdam,

appellant,

advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

Sociale Verzekeringsbank,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde,

advocaat: mr. G.C. Kruijswijk te Bergen (NH).

De procedure

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 28 oktober 2014 waarin een comparitie na aanbrengen is bevolen. Voorafgaand aan die comparitie is namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, van de comparitie van partijen is afgezien en arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

  1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in de SO-formulieren staat vermeld, luidt de enige grief dat de rechtbank Den Haag (team kanton, locatie Leiden/Gouda hierna ook: de kantonrechter) in het vonnis van 15 jan 2014 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg hadden gevorderd of geconcludeerd.

  2. Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.

  3. Het hof ziet aanleiding om in hoger beroep, zowel in het principaal appel als in het incidenteel appel, de kosten te compenseren.

Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 15 januari 2014;

compenseert in het hoger beroep de kosten, zowel in het principaal als in het incidenteel appel.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.R. Mellema, V. Disselkoen en M.M. Olthof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014 in aanwezigheid van de griffier.