Civiel recht overig
WWZ-zaak; beëindiging middels een minnelijke schikking.
Gerechtshof Den Haag, 12 december 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:3621 · Gerechtshof Den Haag · 12 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2016-3621
Zaakgegevens
Op 12 december 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 december 2016
- Datum publicatie
- 6 december 2016
- Zaaknummer
- 200.193.700/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M de Boorder te Den Haag, mr. E. Wies te Den Haag
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2016:3621
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WWZ-zaak; beëindiging middels een minnelijke schikking.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.193.700/01
Zaaknummer rechtbank : 4751634 RP VERZ 16-50028
beschikking van 12 december 2016
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
nader te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. de Boorder te Den Haag,
tegen:
Gemeente Den Haag, onderdeel De Haeghe Groep,
gevestigd te Den Haag,
geïntimeerde,
hierna te noemen: de Haeghe Groep,
advocaat: mr. E. Wies te Den Haag.
Het geding
Bij beroepschrift van 20 juni 2016 heeft [appellant] hoger beroep ingesteld van de tussen partijen gewezen beschikking van de kantonrechter van 21 maart 2016. De Haeghe Groep heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door de enkelvoudige kamer van het hof ter zitting behandeld op 25 augustus 2016. Bij brief van 30 november 2016 heeft mr. Wies, mede namens mr. De Boorder, het hof bericht dat partijen een minnelijke schikking hebben bereikt, met het verzoek om de vaststellingsovereenkomst in de eindbeslissing op te nemen.
Beoordeling
Het hof overweegt dat partijen een minnelijke schikking hebben bereikt, die zij hebben vastgelegd in een door [appellant] en door De Haeghe Groep op 17 respectievelijk 18 november 2016 ondertekende “Vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW”. Het verzoek om deze vaststellingsovereenkomst in de onderhavige eindbeslissing op te nemen, is in zoverre toewijsbaar dat het hof in het dictum zal verstaan dat partijen hun geschil hebben beëindigd middels bedoelde vaststellingsovereenkomst, met compensatie van de proceskosten. De vaststellingsovereenkomst leent zich niet voor een verdere opneming in het dictum, gelet op de uitgebreide inhoud ervan en het geheimhoudingsbeding.
Beslissing
Het hof:
- verstaat dat partijen ter beëindiging van de onderhavige procedure een minnelijke schikking tegen finale kwijting hebben bereikt, die zij hebben vastgelegd in een door [appellant] en door De Haeghe Groep op 17 respectievelijk 18 november 2016 ondertekende “Vaststellingsovereenkomst ex artikel 7:900 BW”;
- verstaat dat partijen zijn overeengekomen dat de proceskosten van de onderhavige procedure zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij zijn/haar eigen kosten draagt;
- wijst af hetgeen in hoger beroep meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, M.J. van der Ven en R.S. van Coevorden en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2016 in aanwezigheid van de griffier.