Civiel recht overig

Second Opinion procedure; verzekeringsrecht.

Gerechtshof Den Haag, 19 juli 2016

Zaakgegevens

Op 19 juli 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 juli 2016
Datum publicatie
6 april 2023
Zaaknummer
200.186.087/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. H Brouwer te Utrecht, mr. S.W. Polak te Utrecht
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2016:4425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Second Opinion procedure; verzekeringsrecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.186.087/01

Zaaknummer rechtbank : 2674444 RL EXPL 14-605

arrest van 19 juli 2016

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. H. Brouwer te Utrecht,

tegen

Reaal Schadeverzekeringen N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Reaal,

advocaat: mr. S.W. Polak te Utrecht.

Het verdere verloop van het geding

Verwezen wordt naar het tussenarrest van 19 april 2016 waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 30 mei 2016. Van de comparitie is proces­ verbaal opgemaakt. Ter comparitie hebben partijen de formulieren als bedoeld in artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Het verzoek om een Second Opinion procedure is toegestaan en er is een datum voor arrest bepaald. Tijdens de comparitie is voorts besproken dat dit arrest niet mede zal worden gewezen door de behandelend raadsheer-commissaris.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion procedure

  1. Met de door hen en hun advocaten verrichte invulling en ondertekening van de SO­ formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid I Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de kantonrechter te Den Haag in het vonnis van 22 december 2015 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellant] in eerste aanleg had gevorderd.

  2. Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.

3. [appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door Reaal betaalde griffierecht van € 718,-.

Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 22 december 2015;

- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Reaal tot op heden begroot op € 718,-.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. Flipse, M.M. Olthof en F. Damsteegt-Molier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2016 in aanwezigheid van de griffier.