Civiel recht overig
SO-procedure. Letselschade. Verkeersongeval
Gerechtshof Den Haag, 13 september 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:4427 · Gerechtshof Den Haag · 13 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2016-4427
Zaakgegevens
Op 13 september 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 september 2016
- Datum publicatie
- 11 april 2023
- Zaaknummer
- 200.190.464/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Heere-Helmink te Rotterdam, mr. P. Oskam te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2016:4427
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
SO-procedure. Letselschade. Verkeersongeval
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.190.464/01
Zaaknummer rechtbank: C/10/426176 / HA ZA 13-611
arrest van 13 september 2016
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M. Heere-Helmink te Rotterdam,
tegen
1. [geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
2. Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V.,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde] c.s.,
advocaat: mr. P. Oskam te Amsterdam.
Het verdere verloop van het geding
Voor het verloop van de procedure tot die datum wordt verwezen naar het tussenarrest van 17 mei 2016 waarbij een comparitie na aanbrengen is gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 1 juli 2016. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt. Na afloop van de comparitie is namens beide partijen toelating tot
de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR)
ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
-
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Gelet hierop luidt de enige grief dat de rechtbank Rotterdam in het vonnis van 27 januari 2016 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellant] in eerste aanleg had gevorderd.
-
Het hof dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
-
[appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Deze zijn ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt tot het door [geïntimeerde] c.s. betaalde griffierecht van€ 718, alsmede, nu een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief ad € 894.
Beslissing
Het hof:
-
bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 januari 2016;
-
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] c.s. tot op heden begroot op € 1.612,-.
Dit arrest is gewezen door mrs. F. Damsteegt-Molier, M.M. Ol thof en M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.