Civiel recht overig
SO-procedure. Eigendom en onderhoudsplicht van een rioolstelsel gelegen in grond die gemeenschappelijk…
Gerechtshof Den Haag, 19 april 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:4428 · Gerechtshof Den Haag · 19 april 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2016-4428
Zaakgegevens
Op 19 april 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2016
- Datum publicatie
- 11 juli 2023
- Zaaknummer
- 200.183.348/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A.D Blaauw te Rotterdam, mr. M Rus-van der Velde te Den Haag, mr. J.J. Linker te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2016:4428
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
SO-procedure. Eigendom en onderhoudsplicht van een rioolstelsel gelegen in grond die gemeenschappelijk toebehoort aan een aantal appartementseigenaren.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 30 september 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:8877Gerechtshof Den Haag · 19 april 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2016:4428
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer: 200.183.348/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/10/453635/HA ZA 14-654
arrest van 19 april 2016
In de zaak van
de vereniging HOF VAN HEDEN HOOGVLIET,
gevestigd te Rotterdam,
appellante,
hierna te noemen: Hof van Heden,
advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,
tegen
1. publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelend te Rotterdam,
hierna te noemen: de Gemeente
advocaat: mr. M. Rus-van der Velde te Den Haag,
2. de stichting STICHTING VESTIA,
zetelend te Rotterdam,
hierna te noemen: Vestia,
advocaat: mr. J.J. Linker te Rotterdam.
geïntimeerden,
Het verdere verloop van het geding
Bij exploten van 30 december 2015 is Hof van Heden is hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015.
Vervolgens is namens alle partijen toelating tot de Second Opinion-procedure (SO procedure) verzocht. Daartoe hebben de advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de SO-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR).
2. Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop het laatste vonnis van de eerste rechter werd gevraagd (artikel 2.7 SOR en de 'Verklaring' in de SO-formulieren). De zaak in hoger beroep wordt dus beoordeeld aan de hand van uitsluitend de stukken in de eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen. Van die stukken heeft het hof kennis genomen.
3. Het hof neemt de overwegingen van de rechtbank over en maakt het deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
4. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal Hof van Heden worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door de Gemeente en Vestia betaalde griffiegeld van (voor ieder) € 711,-.
Beslissing
Het gerechtshof:
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2015;
- veroordeelt Hof van Heden in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de Gemeente begroot op € 711,- voor griffiegeld en aan de zijde van Vestia begroot op € 711,- voor griffiegeld.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.Y. Bonneur, M.E. Honée en J.J. van der Helm; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.