Civiel recht overig
Second Opinion-procedure - huurrechtzaak
Gerechtshof Den Haag, 16 januari 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:4041 · Gerechtshof Den Haag · 16 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2018-4041
Zaakgegevens
Op 16 januari 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 januari 2018
- Datum publicatie
- 23 maart 2023
- Zaaknummer
- 200.221.445/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Hemelaar te Leiden, mr. R. van der Hoeff te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2018:4041
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Second Opinion-procedure - huurrechtzaak
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.221.445/01
Zaaknummer rechtbank: 5712500 RL EXPL 17-4011
Arrest van 16 januari 2018
inzake
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. J. Hemelaar te Leiden,
tegen
STICHTING VESTIA,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Vestia,
advocaat: mr. R. van der Hoeff te Rotterdam.
Het geding
Voor het procesverloop tot 19 september 2017 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum (waarin abusievelijk is vermeld dat het bestreden vonnis van 21 juni 2017 dateert; dit moet zijn 12 juni 2017). Bij dat tussenarrest werd een comparitie van partijen gelast. Van deze comparitie, die op 15 december 2017 werd gehouden., is proces-verbaal opgemaakt. Ter comparitie hebben de advocaten namens partijen verzocht om een Second Opinion (SO) procedure en daartoe een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Het verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion procedure
-
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3 .3 en 3.4 SOR). De grief van [appellant] bestaat eruit dat de kantonrechter in de rechtbank Den Haag in het tussen partijen gewezen vonnis van 12 juni 2017 (hierna: het bestreden vonnis) niet heeft beslist overeenkomstig zijn verweer in eerste aanleg.
-
Het hof heeft kennis genomen van de door [appellant] ten behoeve van de comparitie overgelegde stukken in eerste aanleg. Het hof neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen verdere motivering.
-
Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van Vestia, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Vestia betaalde griffierecht van € 716,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief, € 894,-.
Beslissing
Het hof:
-
bekrachtigt het bestreden vonnis;
-
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Vestia begroot op € 716,- aan griffierecht en € 894,- voor salaris advocaat;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.E. Honée, M.A.F. Tan-de Sonnaville en M.Y. Bonneur en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018 in aanwezigheid van de griffier.