Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag, 3 september 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3874 · Gerechtshof Den Haag · 3 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2019-3874
Zaakgegevens
Op 3 september 2019 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 3 september 2019
- Datum publicatie
- 20 april 2020
- Zaaknummer
- 200.259.299/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- onttrokken (voorheen mr. J.G Schnoor te Den Haag), mr. W.J.A. van Es te Steenwijk
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3874
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
arrest zonder grieven
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 20 februari 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:4938Gerechtshof Den Haag · 3 september 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2019:3874
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer: 200.259.299/01
Zaak-/rolnummer rechtbank: C/09/548112 / HA ZA 18-193
Arrest van 3 september 2019
inzake
1. [appellant], in diens hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [naam],
en voor zich,
wonende te [woonplaats 1],
2. [appellante],
wonende te [woonplaats 2],
appellanten,
hierna te noemen: [appellant] c.s.,
advocaat: onttrokken (voorheen mr. J.G. Schnoor te Den Haag),
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats 3],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. W.J.A. van Es te Steenwijk.
Het geding
Bij exploot van 25 april 2019 is [appellant] c.s. in hoger beroep gekomen van het vonnis van 20 februari 2019, van de rechtbank Den Haag. De zaak is op de rolzitting van 14 mei 2019 aangebracht en aangehouden tot 11 juni 2019 in afwachting van de betaling van het griffierecht.
Hierna is de zaak verwezen naar de rol van respectievelijk 25 juni 2019 en 23 juli 2019 voor het nemen van de memorie van grieven.
Op de rol van 23 juli 2019 is er geen memorie van grieven genomen en heeft de advocaat van [appellant] c.s. zich onttrokken, waarna de zaak is verwezen naar de rol van 6 augustus 2019 voor het stellen van een advocaat en het nemen van de memorie van grieven.
Op de rol van 6 augustus 2019 heeft zich geen advocaat gesteld en is er geen memorie van grieven genomen, waardoor het recht op het nemen van de memorie van grieven op grond van artikel 133 lid 4 Rv en artikel 1.7 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (hierna: LPH) is vervallen. Ten slotte is de zaak met inachtneming van artikel 2.14 LPH naar heden verwezen voor arrest.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep
In hoger beroep kan het hof het geschil alleen beoordelen aan de hand van behoorlijk in het geding naar voren gebrachte grieven. Nu [appellant] c.s. geen grieven heeft aangevoerd, dient hij niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
Beslissing
Het hof:
- verklaart [appellant] c.s. niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
- veroordeelt [appellant] c.s. in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van De
Zomer tot op heden begroot op € 324,-- aan griffierecht en € 537,-- aan salaris voor de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.E.H.M. Pinckaers, M.P.J. Ruijpers en M.A.F. Tan-de Sonnaville en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2019 in aanwezigheid van de griffier.