Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag, 16 april 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:656 · Gerechtshof Den Haag · 16 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2025-656
Zaakgegevens
Op 16 april 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 april 2025
- Datum publicatie
- 15 april 2025
- Zaaknummer
- 200.315.990/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.C Bitter, mr. M.J.J. de Ridder
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2025:656
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beschikking
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 19 januari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:221Gerechtshof Den Haag · 16 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2025:656
Overig
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.315.990/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/595027 / HA ZA 20/610
beschikking ex artikel 199 lid 1 Rv van 16 april 2025
in de zaak van
[appellante]
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
appellante,
hierna te noemen: [appellante] ,
advocaat: mr. D.C. Bitter,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
Academisch Ziekenhuis Groningen, tevens h.o.d.n. Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG),
gevestigd te Groningen,
en
de onderlinge waarborgmaatschappij
Onderlinge Waarborgmaatschappij Centramed B.A.
gevestigd te Den Haag,
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: UMCG c.s.,
advocaat: mr. M.J.J. de Ridder.
De door het hof bij arrest van 1 oktober 2024 benoemde deskundige, Prof. dr. C.H.J. van Eijck werkzaam bij het Erasmus MC, heeft zijn rapport en een factuur ingediend voor een bedrag van € 2.685,16.
Partijen zijn bij e-mail van 13 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 19 maart 2025 te reageren op de factuur. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt, zodat partijen geacht worden daarmee akkoord te zijn.
De kosten van de deskundige worden hierbij - conform zijn factuur – begroot op een bedrag van € 2.685,16 (inclusief btw).
Het door het hof (van [appellante] ) ontvangen voorschot voor de kosten van de deskundige bedraagt € 1.121,67. Aangezien het gestorte voorschotbedrag niet toereikend is voor betaling van de factuur, zal het hof overgaan tot betaling van het gestorte voorschotbedrag van € 1.121,67 en wordt [appellante] verzocht het verschil – een bedrag van € 1.563,49 rechtstreeks te voldoen aan de deskundige. Voor de betalingsgegevens wordt verwezen naar de factuur van de deskundige die aan deze beschikking brief is gehecht.
Bij de te zijner tijd te nemen proceskostenbeslissing zal worden bezien welke partij de kosten van de deskundigenbericht dient te dragen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E. Loesberg, F.W.J. Meijer en D.E. Valle Robles-Roomer en is ondertekend en op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers in aanwezigheid van de griffier.