Civiel recht overig

Wraking. Niet-ontvankelijk.

Gerechtshof Den Haag, 12 juli 2021

Zaakgegevens

Op 12 juli 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 juli 2021
Datum publicatie
5 november 2021
Zaaknummer
200.289.026/02
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:2137
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : 200.289.026/02

Zaaknummer rechtbank : 8190608 VZ VERZ 19-20629

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en

verschoningsverzoeken van 12 juli 2021

inzake het verzoek tot wraking gedaan door

[verzoeker],

wonende te Zoetermeer,

verzoeker,

hierna te noemen: [verzoeker].

Het geding

1. Bij het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en Pay Point B.V. als geïntimeerde. In deze procedure heeft op 21 mei 2021 een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van raadsheer-commissaris M.T. Nijhuis, waarbij [verzoeker] niet is verschenen.

2. Op 27 mei 2021 heeft [verzoeker] per e-mail een wrakingsverzoek bij de wrakings- en verschoningskamer van de rechtbank Den Haag ingediend. Op 28 mei 2021 is deze mail doorgestuurd aan de wrakingskamer van het hof (hierna: het hof). Het verzoek heeft klaarblijkelijk betrekking op een beslissing ter zitting en/of andere gedragingen van mr. Nijhuis op voormelde mondelinge behandeling. Eveneens op 28 mei 2021 heeft [verzoeker] per email het wrakingsverzoek bij de wrakingskamer van het hof ingediend.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep

3. Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, moet een schriftelijk wrakingsverzoek worden ingediend door een advocaat (zie § 1 lid 2 Wrakingsprotocol).

4. Bij griffiersbrief van 31 mei 2021 is aan [verzoeker] medegedeeld dat het hof heeft geconstateerd dat het verzoek niet door tussenkomst van een advocaat was ingediend. Daarbij heeft het hof [verzoeker] tot 14 juni 2021 de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen, onder de vermelding dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek als op die datum geen door een advocaat ondertekend verzoek is ontvangen. [verzoeker] heeft echter nagelaten een door een advocaat ondertekend verzoek aan het hof over te leggen.

5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot wraking. Het hof ziet af van een mondelinge behandeling van het verzoek (§ 4 lid 2 sub c Wrakingsprotocol).

Beslissing

Het hof:

- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking gedaan op 27 en 28 mei 2021.

- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], mr. Nijhuis en aan (de advocaat van) Pay Point B.V..

Deze beslissing is gegeven door mrs. I.E. de Vries, J.W. Frieling en J.I. de Vreese-Rood en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.