Strafrecht overig
Het Hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
ECLI:NL:GHDHA:2014:881 · Gerechtshof Den Haag · 25 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2014-881
Zaakgegevens
Op 25 februari 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 februari 2014
- Datum publicatie
- 18 maart 2014
- Zaaknummer
- 22-005528-12
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2014:881
Samenvatting
Het Hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-005528-12
Parketnummer: 09-198635-12
Datum uitspraak: 25 februari 2014
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 29 oktober 2012 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1963,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De dagvaarding van de verdachte om op 29 oktober 2012 ter terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen is aan de verdachte in persoon uitgereikt op 25 september 2012.
De verdachte had derhalve binnen veertien dagen na het op 29 oktober 2012 gewezen vonnis in hoger beroep moeten komen. De verdachte heeft echter pas op
29 november 2012 hoger beroep ingesteld.
Ter terechtzitting in hoger beroep is door en namens de verdachte een beroep op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding gedaan. De verdachte heeft daartoe – kort en zakelijk weergegeven - aangevoerd dat hij reeds vanaf de periode van de uitreiking van de dagvaarding op het politiebureau tot enkele weken na de terechtzitting in eerste aanleg aan een onbekende ziekte leed die maakte dat hij niet in staat was aanhouding van behandeling van de zaak te (laten) verzoeken, dan wel om zich binnen twee weken na de uitspraak van het vonnis tot de griffie te wenden om hoger beroep tegen het voormelde vonnis in te stellen of hiertoe een ander te machtigen.
Subsidiair heeft de verdediging een (voorwaardelijk) verzoek gedaan om verdachte’s vrienden [getuige 1] en [getuige 2] en zijn zoon [getuige 3] als getuige te horen, nu deze personen de verdachte gedurende de voornoemde periode hebben verzorgd en derhalve over zijn gezondheidstoestand op dat moment kunnen verklaren.
Het hof is van oordeel dat door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger onvoldoende genoegzaam naar voren is gebracht dat de verdachte niet in staat was om aanhouding van behandeling van de zaak te (laten) verzoeken dan wel om na het wijzen van het vonnis binnen de daarvoor gestelde termijn een ander te machtigen hoger beroep tegen de uitspraak in te stellen. Bij die stand van zaken is er naar ’s hofs oordeel derhalve niet sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Nu het hof reeds op basis van de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft kunnen vaststellen dat geen sprake is geweest van een verschoonbare termijnoverschrijding, kan het horen van genoemde getuigen over de gezondheidstoestand van de verdachte in bedoelde periode achterwege blijven, aangezien deze getuigen slechts door de verdediging zijn verzocht om de verklaring van de verdachte te onderbouwen. Naar het oordeel van het hof wordt de verdachte door het niet horen van die personen als getuige dus niet in zijn verdediging geschaad. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.
De verdachte is derhalve niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. Chr.A. Baardman en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. M.C. Bongaerts.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 februari 2014.
Mr. C.J. van der Wilt is buiten staat dit arrest te ondertekenen.