Strafrecht overig
Art. 502, lid 2, Sv. Termijn instellen hoger beroep tegen beslissing ex 77tb Sr. is ingevolge artikel 502…
Gerechtshof Den Haag, 8 september 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:2734 · Gerechtshof Den Haag · 8 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2016-2734
Zaakgegevens
Op 8 september 2016 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 8 september 2016
- Datum publicatie
- 20 september 2016
- Zaaknummer
- 001242-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2016:2734
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 502, lid 2, Sv. Termijn instellen hoger beroep tegen beslissing ex 77tb Sr. is ingevolge artikel 502, tweede lid, Sv ook voor de veroordeelde veertien na dagtekening van die beslissing.
Uitspraak
Rolnummer 22-001445-13
Parketnummer 10-700593-12
datum uitspraak 8 september 2016
GERECHTSHOF DEN HAAG
raadkamer
BESCHIKKING
gegeven op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 13 mei 2016 op de vordering van de officier van justitie van 11 april 2016, ingediend op grond van artikel 77tb van het Wetboek van Straf-vordering in de zaak tegen de veroordeelde, genaamd:
[naam veroordeelde],
geboren op [datum] te [plaats],
adres: [adres].
Niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep
Bij beschikking van 13 mei 2016 heeft de rechtbank Rotterdam de vordering van de officier van justitie ex artikel 77tb van het Wetboek van Strafvordering van 11 april 2016 toegewezen en bevolen dat de veroordeelde wordt teruggeplaatst in een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen voor de duur van één jaar.
Ingevolge artikel 502, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan de veroordeelde binnen veertien na dagtekening van die beslissing in hoger beroep komen bij het gerechtshof in het ressort van het gerecht waar de beslissing is genomen.
Namens de veroordeelde is echter eerst op 9 juni 2016 hoger beroep ingesteld tegen de beslissing met dagtekening 13 mei 2016.
Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet is ingesteld binnen die in artikel 502, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van veertien dagen.
Nu het hof ook niet is gebleken van een verontschuldig-bare overschrijding van de termijn waarbinnen het hoger beroep had moeten worden ingesteld dient de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.C.A. Duindam,
mr. B. van Walderveen en mr. J.A.C. Bartels,
in bijzijn van de griffier mr. E. Mulder,
en uitgesproken in het openbaar ter terechtzitting van het hof van 8 september 2016.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.