Strafrecht overig
Betekening appeldagvaarding. Inschrijving in BRP op adres penitentiaire inrichting. Appeldagvaarding is daar…
ECLI:NL:GHDHA:2017:3652 · Gerechtshof Den Haag · 21 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2017-3652
Zaakgegevens
Op 21 november 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 21 november 2017
- Datum publicatie
- 19 december 2017
- Zaaknummer
- 22-001844-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2017:3652
Samenvatting
Betekening appeldagvaarding. Inschrijving in BRP op adres penitentiaire inrichting. Appeldagvaarding is daar niet aangenomen. Nu verder niet is getracht de dagvaarding aan te bieden aan de verdachte is de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend. Dagvaarding nietig.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-001844-17
Parketnummer: 10-741143-17
Datum uitspraak: 21 november 2017
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 6 april 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1971,
ingeschreven op het [adres].
Vordering van de advocaat-generaal
Ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2017 heeft de advocaat-generaal zich ten aanzien van de geldigheid van de betekening van de dagvaarding van de verdachte om ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2017 te verschijnen gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
Uit de aan de akte van uitreiking gehechte SKDB-informatiestaat d.d. 26 september 2017 blijkt dat de verdachte sinds 13 juni 2017 staat ingeschreven op het adres [adres] te Dordrecht. Artikel 588 van het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat in dat geval getracht moet worden de dagvaarding uit te reiken op het adres waar de verdachte staat ingeschreven.
Blijkens een aan de akte uitreiking gehechte brief van [persoon], werkzaam bij de Interdepartementale post- en koeriersdienst, betreft het adres [adres] te Dordrecht een Penitentiaire Inrichting.
Uit deze brief blijkt voorts dat de appeldagvaarding bestemd voor de verdachte niet is aangenomen en om die reden niet is aangeboden aan de geadresseerde.
Volgens [persoon] had de akte aan de afdeling bevolking van de Penitentiaire Inrichting aangeboden dienen te worden, waarna die afdeling zorg zou dragen voor betekening van (naar het hof begrijpt:) de dagvaarding.
Uit de akte uitreiking voor de zitting van 21 november 2017 die in het dossier is gevoegd, blijkt niet dat zulks is geschied.
Naar het oordeel van het hof is de dagvaarding van de verdachte om ter terechtzitting in hoger beroep van 21 november 2017 te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend.
Nu de verdachte niet op genoemde terechtzitting in hoger beroep is verschenen, dient de dagvaarding nietig te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door mr. C.J. van der Wilt, mr. I.E. de Vries en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 november 2017.