Strafrecht overig

Vrijspraak voorhanden hebben dan wel tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk, te weten een…

Zaakgegevens

Op 19 maart 2020 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
19 maart 2020
Datum publicatie
19 maart 2020
Zaaknummer
2200505518
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2020:488
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak voorhanden hebben dan wel tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk, te weten een handfakkel. Naar het oordeel van het hof blijkt niet dat – al aangenomen dat het de verdachte was die vuurwerk voorhanden of tot ontbranding heeft gehad – het professioneel vuurwerk zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit betrof.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-005055-18

Parketnummer: 83-195230-18

Datum uitspraak: 19 maart 2020

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Rotterdam van 18 december 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedag] 1993,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 5 maart 2020.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 april 2018 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten, een handfakkel, voorhanden heeft gehad en/of tot ontbranding heeft gebracht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op 22 april 2018 aanwezig was bij de bekerfinale in De Kuip in Rotterdam. Hij ontkent een handfakkel (of ander vuurwerk) te hebben vastgehouden. Uit het verhandelde ter terecht zitting en uit het procesdossier blijkt niet dat - al aangenomen dat het de verdachte was die vuurwerk voorhanden of tot ontbranding heeft gehad - het professioneel vuurwerk zoals bedoeld in het Vuurwerkbesluit betrof. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 18 oktober 2018 en de (onduidelijke) foto’s waarop vuurwerk te zien zou zijn, acht het hof daarvoor niet voldoende.

Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,

mr. E.C. van Veen en mr. K.C.J. Vriend,

in bijzijn van de griffier mr. C.M. Jellema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 maart 2020.

mr. K.C.J. Vriend is buiten staat dit arrest te ondertekenen.