Strafrecht overig
Officier van justitie is niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Niet voldaan aan de eisen van art 409, lid 4…
ECLI:NL:GHDHA:2024:1566 · Gerechtshof Den Haag · 5 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2024-1566
Zaakgegevens
Op 5 juli 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 juli 2024
- Datum publicatie
- 9 september 2024
- Zaaknummer
- 22-003796-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1566
Samenvatting
Officier van justitie is niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Niet voldaan aan de eisen van art 409, lid 4, Sv (betekening van het hoger beroep van het OM aan de verdachte)
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-003796-23
Parketnummer: 10-272008-22
Datum uitspraak: 5 juli 2024
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 november 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op 26 januari 1987,
zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op
16 november 2023 te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank Rotterdam. De oproeping voor die zitting is op 3 november 2023 uitgereikt aan het openbaar ministerie en is op dezelfde dag verzonden naar het BRP-adres van de verdachte.
De verdachte is ter terechtzitting in eerste aanleg van
16 november 2023 niet verschenen.
De verdachte is vervolgens op 30 november 2023 bij verstek door de rechtbank Rotterdam vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
Op 13 december 2023 heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.
De verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep van
5 juli 2024 niet verschenen.
Uit het dossier blijkt niet dat is voldaan aan de eisen van artikel 409, lid 4, van het Wetboek van Strafvordering betreffende de betekening van het hoger beroep van het openbaar ministerie aan de verdachte.
Nu de inzending van de stukken van het geding ten onrechte heeft plaatsgevonden wordt daaraan, conform het bepaalde in genoemd artikel geen gevolg gegeven.
Derhalve is het hof van oordeel dat de officier van justitie tot het moment waarop wel aan die eisen is voldaan niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juli 2024.