Strafrecht overig

Onderzoek Mirte. Verdachte is overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk…

Zaakgegevens

Op 20 maart 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
20 maart 2026
Datum publicatie
24 maart 2026
Zaaknummer
22-000191-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:449
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Onderzoek Mirte.

Verdachte is overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-000191-23

Parketnummer: 09-305847-20

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de [verblijfplaats] .

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken. Ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen op het beslag zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de email van de raadsvrouw d.d. 8 december 2025, inhoudende dat de verdachte de eerder bij schriftuur opgegeven bezwaren tegen het vonnis niet wenst te handhaven.

Aangezien het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep, zal het hof de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 februari 2026.