Strafrecht overig

verzoek schorsing om taakstraf uit te voeren afgewezen

Zaakgegevens

Op 5 januari 2023 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
5 januari 2023
Datum publicatie
13 januari 2023
Zaaknummer
2200286322
Procedure
Rekestprocedure
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:27
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

verzoek schorsing om taakstraf uit te voeren afgewezen

Uitspraak

Inhoudsopgave

datum beschikking: 5 januari 2023

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de verdachte, genaamd:

[naam verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië)

thans gedetineerd in PI HvB Ter Apel.

Procesgang

Op 8 december 2022 is een verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis binnengekomen bij de raadkamer van het gerechtshof Den Haag.

Het hof heeft dit verzoek op 5 januari 2023 in raadkamer behandeld.

In raadkamer zijn gehoord de verdachte, de advocaat mr. O. Saki en de advocaat-generaal mr. P. Spoon.

Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van het verzoekschrift en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De beoordeling van het verzoek

Het hof is van oordeel dat de ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn, mede gelet op het veroordelend vonnis van de rechtbank Rotterdam d.d. 13 oktober 2022.

Namens de verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte. Daartoe is onder meer aangevoerd dat er thans geen zicht is op de inhoudelijke behandeling bij het hof en dat hij een taakstraf wenst uit te voeren, hetgeen moet gebeuren voor 1 juli 2023.

Het hof is van oordeel dat het persoonlijk belang van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis vanwege het uitvoeren van een hem opgelegde taakstraf niet kan prevaleren boven het strafvorderlijk belang bij het voortduren van de voorlopige hechtenis.

Daarbij komt dat het enkele feit dat voor de inhoudelijke behandeling bij het hof nog geen datum bekend is, op zichzelf geen gegronde reden voor schorsing kan vormen.

Het voorgaande brengt mee dat het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen.

Beslissing

Het hof:

Wijst het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte af.

Deze beschikking is gegeven op 5 januari 2023 door

mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,

mr. Y.J. Wijnnobel - van Erp en mr. J. Eisses, leden,

in bijzijn van F. Abassi, griffier.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.

………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Den Haag, 5 januari 2023

de advocaat-generaal