Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 7 juni 2000
ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0019 · Gerechtshof Leeuwarden · 7 juni 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2000-zj0019
Zaakgegevens
Op 7 juni 2000 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 juni 2000
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 00-00055
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0019
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 00/00055
7 juni 2000
CJIB 25300970
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te 's-Gravenhage
van 21 februari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling van de bestreden beslissing
3.1. In hoger beroep is niet bestreden dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene niet binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld.
3.2. In zijn beroepschrift voert betrokkene aan dat hij niet wist dat hij zekerheid diende te stellen.
3.3. Gelet op het feit dat betrokkene tweemaal per brief, respectievelijk van 31 augustus 1999 en 28 september 1999 er op is gewezen dat hij zekerheid diende te stellen, dat die brieven zijn verzonden naar het door betrokkene in zijn beroepschrift opgegeven adres en dat die brieven niet als onbestelbaar zijn geretourneerd, is het hof van oordeel dat betrokkene in voldoende mate in kennis is gesteld van het feit dat hij zekerheid diende te stellen.
3.4. Dat betekent dat het verweer van betrokkene niet kan slagen en dat derhalve de beslissing van de kantonrechter dient te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juni 2000.