Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 30 mei 2000
ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0026 · Gerechtshof Leeuwarden · 30 mei 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2000-zj0026
Zaakgegevens
Op 30 mei 2000 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 30 mei 2000
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 00-00004
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0026
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 00/00004
30 mei 2000
CJIB 21368067
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Middelburg
van 2 februari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 16 mei 2000. De betrokkene is verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr I. Verkerk.
3. Beoordeling van de bestreden beslissing
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en evenmin dat de betrokkene niet binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld.
3.2. De betrokkene heeft ter zitting verklaard, dat namens de officier van justitie aan hem bij brief d.d. 16 juli 1998 is toegezegd, dat hij een uitnodiging voor een hoorzitting zou ontvangen. Hij stelt nimmer door de officier van justitie te zijn gehoord. De door de betrokkene vermelde brief bevindt zich in het dossier.
3.3. De WAHV biedt echter niet de mogelijkheid om in een geval, waarin de officier van justitie zijn toezegging betrokkene op te roepen niet gestand doet, de wettelijke verplichting om zekerheid te stellen voor de betaling van de opgelegde sanctie opzij te zetten.
3.4. De kantonrechter heeft derhalve terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.5. Gelet op het voorgaande dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 mei 2000.