Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 12 juli 2000

Zaakgegevens

Op 12 juli 2000 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
12 juli 2000
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00110
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0038
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 00/00110

12 juli 2000

CJIB 26728715

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Tilburg

van 26 april 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Breda ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld bij het kantongerecht Tilburg. De griffier van het kantongerecht heeft het ingekomen beroepschrift met de stukken van het geding aan de griffie van het hof gezonden.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Op 1 januari 2000 is in werking getreden de Wet van 28 oktober 1999 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (Stb. nr. 469). Vanaf voormelde datum kan ingevolge artikel 14, eerste lid, WAHV tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden, op de in dat artikel vermelde gronden. Het hof zal het ingestelde beroep in cassatie dan ook verstaan als hoger beroep.

3.2. Op grond van eerdergenoemd artikel kan echter alleen dan hoger beroep worden ingesteld wanneer de sanctie meer bedraagt dan ƒ 150,--. Blijkens de initiële beschikking bedraagt de aan de betrokkene opgelegde sanctie ƒ 80,--. Derhalve staat de mogelijkheid van hoger beroep voor betrokkene niet open.

3.3. Betrokkene stelt in zijn beroepschrift, dat uit een oogpunt van rechtsgelijkheid niet de datum van de beslissing van de kantonrechter, maar de datum, waarop de gedraging die aanleiding heeft gegeven tot de initiële beschikking , is verricht bepalend dient te zijn voor de vraag of hoger beroep of cassatie openstaat. Nu immers, aldus betrokkene, hangt het af van de snelheid van

werken bij officier van justitie en kantongerecht of cassatie openstaat of niet. Laatstgenoemde omstandigheid kan echter niet meebrengen, dat de andersluidende, in art. III van voornoemde wet vervatte regeling, die na inwerkingtreding van voornoemde wet alleen voorziet in cassatie tegen uitspraken die zijn gewezen vóór inwerkingtreding van de wet, door de rechter buiten toepassing wordt gelaten.

3.4. Op grond van het bovenstaande dient betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr Dijkstra, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2000.