Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 4 oktober 2000
ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0055 · Gerechtshof Leeuwarden · 4 oktober 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2000-zj0055
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2000 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2000
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 00-00112
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2000:ZJ0055
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 00/00112
4 oktober 2000
CJIB 20582331
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Maastricht
van 26 januari 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [woonplaats].
1. De beschikking van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 10 maart 1999 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 26a, tweede lid en derde, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande zekerheidstel-ling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en voorts van het verschuldigde griffierecht.
Bij brief van 27 april 2000 heeft de griffier van het kantongerecht de betrokkene in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 15 mei 2000 zekerheid te stellen door storting van het verschuldigde bedrag op de rekening van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
3.2. De betrokkene heeft bij brief van 13 mei 2000 aangevoerd, dat haar financiële omstandigheden zodanig zijn dat zij niet in staat is het bedrag van de zekerheid te betalen.
3.3. Uit een brief van de griffier van het kantongerecht d.d. 6 juni 2000 aan de griffier van het hof blijkt dat de betrokkene niet binnen de termijn zekerheid heeft gesteld.
3.4. Anders dan de betrokkene kennelijk meent, laat de wet in een verzetprocedure als de onderhavige niet toe dat vrijstelling of vermindering van de te stellen zekerheid wordt verleend wegens de financiële omstandigheden van de betrokkene.
3.5. Uit het vorenstaande volgt dat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 oktober 2000.