Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 8 augustus 2001

Zaakgegevens

Op 8 augustus 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
8 augustus 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00146
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2001:AD6292
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 01/00146

8 augustus 2001

CJIB 32330818

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Beetsterzwaag

van 29 december 2000

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [adres],

voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ¦ 240,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom (gedragsregel); meer dan 25 km/h en t/m 30 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 13 februari 2000 op de N 381(van Selmien tot afslag Wijnjewoude) in de gemeente Opsterland.

3.2. De betrokkene betwist niet de gedraging te hebben verricht, maar stelt, dat hij achter stinkende en rokende busjes zou hebben gereden, en dat hij de busjes inhaalde, omdat de busjes hooguit 65 km/h reden op een weg waar 80 km/h is toegestaan en de stank niet te verdragen was. Hij voert aan dat hij de maximumsnelheid uit veiligheidsoverwegingen zou hebben overtreden, omdat hij door dit te doen zo kort mogelijk op de linker rijbaan hoefde te rijden. Hij voegt daaraan toe dat er geen tegenliggers op de weg waren, dat de weg geen zijwegen heeft en dat de weg kaarsrecht is. Wel is het zo dat de inhaalmanoeuvre zonder overschrijding van de ter plaatse geldende maximumsnelheid had kunnen worden uitgevoerd, zo voegt de betrokkene aan zijn stellingen toe.

3.3. De door de betrokkene verdedigde opvatting dat het aan bestuurders van motorvoertuigen in bepaalde omstandigheden geoorloofd is bij het inhalen van voor hen rijdende motorvoertuigen de voorgeschreven maximumsnelheid te overschrijden is onjuist. Dat wordt niet anders, indien naar het inzicht van de inhalende bestuurder de verkeersveiligheid met (aanzienlijke) overschrijding van de maximumsnelheid wordt gediend.

3.4. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.