Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 10 januari 2001
ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0096 · Gerechtshof Leeuwarden · 10 januari 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2001-zj0096
Zaakgegevens
Op 10 januari 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 januari 2001
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- WAHV 00-00328
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0096
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
WAHV 00/00328
10 januari 2001
CJIB 28595027
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Arnhem
van 30 juni 2000
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [plaatsnaam]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[gemachtigde] is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
3. Beoordeling
3.1. In hoger beroep is niet bestreden, dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie.
3.2. De gemachtigde voert aan, zakelijk weergegeven, dat de in artikel 11 WAHV bepaalde zekerheidstelling in strijd is met artikel 6, eerste lid, EVRM en artikel 14, eerste lid, IVBPR.
3.3. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 juni 1994, NJ 1994, 657 heeft geoordeeld, dient ervan te worden uitgegaan dat een zekerheidstelling ingevolge de WAHV in het algemeen niet in de weg zal staan aan de toegang tot de rechter. Nu door de gemachtigde niet is aangevoerd dat en waarom in zijn geval de toegang tot de rechter belemmerd wordt, dient de beslissing waarvan beroep te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2001.